Moestuincomplex

Renovatie van de monumentale Tuinmuur en Nutstuin

Moestuincomplex

De provincie Utrecht draagt vanuit de subsidieregeling Erfgoedparels €110.181,10 bij aan de restauratie van de tuinmuur en broeibakken van het monumentale Moestuincomplex op landgoed Nijenrode. Deze zijn uniek in hun soort en van hoge cultuurhistorische waarde. De restauratie gaat in september 2019 van start.

Het Moestuincomplex is rond 1910 aangelegd onder kasteeleigenaar Michiel Onnes (1878 - 1972). Die herstelde kasteel Nijenrode en het bijbehorende landgoed in het begin van de twintigste eeuw in oude stijl, na enkele decennia van verval. In totaal telt landgoed Nijenrode 27 monumenten.

Draag ook bij aan deze restauratie

Hoewel Provincie Utrecht en Stichting Nyenrode de restauratie financieren, ontdekken we bij elk project wel verborgen kostenposten. Jij kunt dus nog een verschil maken. Doe nu een donatie, klein of groot, en help ons de monumenten in ere te herstellen. Doneer nu simpel, snel en veilig via Tikkie!

Ja, ik draag bij!

Stichting Nyenrode Fonds - Moestuincomplex, tuinmuur (2) - LQ

Belangrijk element binnen het groene erfgoed

Na de restauratie van de moestuinmuur worden de houten rekken, de espaliers, weer uitgebreid aan de hand van een historisch verantwoord ontwerp. Daarmee kan het assortiment leifruit worden uitgebreid. Het kweken van leifruit langs espaliers is een oude hovenierskunst en wordt helaas nog maar weinig toegepast op landgoederen. Nijenrode wil met de aanplant en het opkweken van leifruit een bijdrage leveren aan het behouden van dit belangrijke element binnen het groene erfgoed.

Stichting Nyenrode Fonds - Moestuincomplex, nutstuin (2) - LQ

Broeibakken in de nutstuin

Ook de nutstuin komt na de restauratie dichter bij het oorspronkelijk ontwerp. De vier bakstenen muren van de nutstuin kunnen bedekt worden met glas in houten omlijsting. Deze worden ook wel ‘broeibakken’ genoemd. De muren zijn voorzien van een spouw en een gepleisterde binnenzijde. Dit is heel bijzonder. Vermoedelijk was het de bedoeling om hiermee nog meer warmte te genereren binnen de broeibak om zodoende nóg eerder in het jaar de gewassen te kunnen telen. Oorspronkelijk werd ook wel verse mest onderin de bakken geschept. De mest zou vervolgens door verrotting gaan broeien en warmte generen, vandaar de naam ‘broeibak’.