Geschiktheid in de pensioensector geëvalueerd

Sinds 2014 is de Wet versterking bestuur pensioenfondsen (hierna: Wvbp) van kracht. Deze wet biedt pensioenfondsen de nodige instrumenten om de governance, oftewel bestuur, verder te verbeteren. De wet diende na drie jaar geëvalueerd te worden. Op 8 maart 2018 is de evaluatie van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen gepubliceerd. Monica Swalef, pensioenjurist, schrijft hierover in de nieuwsbrief van het Nyenrode Corporate Governance Instituut.

“Voor het behoud van het vertrouwen in het stelsel van aanvullende pensioenen is het van groot belang dat deelnemers en pensioengerechtigden er zeker van kunnen zijn dat het bestuur van hun fonds deskundig is, “in control” is en hun belangen op evenwichtige wijze afweegt.” Dat staat in de memorie van toelichting van 22 februari 2012 over de Wet versterking bestuur pensioenfondsen (hierna: Wvbp). Een deskundig en vaardig bestuur is daarvoor een must.

Sinds 2014 is de Wvbp van kracht. Deze wet biedt pensioenfondsen de nodige instrumenten om de governance, oftewel bestuur, verder te verbeteren. Zo zijn er wijzigingen aangebracht in het bestuur, intern toezicht en medezeggenschap. De doelen van de Wvbp zijn:

1. de verbetering van de deskundigheid van het pensioenfondsbestuur;
2. de versterking van het intern toezicht;
3. de stroomlijning van taken en organen;
4. een adequate vertegenwoordiging van alle risicodragers.  

De wet diende na drie jaar geëvalueerd te worden. Op 8 maart 2018 is de evaluatie van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen gepubliceerd. Swalef Pensioenjuristen en Academie mocht hier aan meewerken. Het doel van de evaluatie was om inzicht te krijgen in de mate waarin de vier doelen van de Wvbp zijn gerealiseerd. Eén van de wijzigingen die de Wvbp aanbracht in de governance van het pensioenfonds was de aanscherping van de geschiktheidsvereisten (kennis, vaardigheden en professioneel gedrag) voor beleidsbepalers (bestuurders, intern toezichthouders, leden van een belanghebbendenorgaan). De kern was om vast te stellen of en op welke manier o.a. de aanscherping van de geschiktheidsvereisten heeft (gehad) op deze wetsdoelen.

Met de inwerkingtreding van de Wvbp is de term ‘deskundig’ vervangen door ‘geschikt’. In artikel 106 van de Pensioenwet (hierna: PW) staan de bepalingen die betrekking hebben op de (toetsing op) geschiktheid en betrouwbaarheid van beleidsbepalers van een pensioenfonds. Ook in de Beleidsregel Geschiktheid 2012 van DNB, de Handreiking Geschikt Pensioenfondsbestuur 2017 en de Code Pensioenfondsen staan bepalingen over geschiktheid. Het gaat erom dat de bestuurder voldoende kennis en ervaring heeft en professioneel gedrag vertoont. De Nederlandsche Bank (hierna: DNB) voert, alvorens een beleidsbepaler geschikt wordt bevonden om toe te treden als beleidsbepaler van een pensioenfonds, de geschiktheidstoetsing uit.  

Uit de evaluatie van de Wvbp blijkt dat de aangescherpte geschiktheidseisen van DNB aan de ene kant een positieve uitwerking hebben op de kwaliteit van de bestuurders en intern toezichthouders en aan de andere kant tot gevolg hebben dat het moeilijker is geworden om uit sommige velden functionarissen te werven. De geschiktheidseisen dragen bij aan de borging van de benodigde expertise, ervaring en competenties binnen de organen. Dit wordt als waardevol ervaren omdat functionarissen die beschikken over de juiste expertise beter in staat zijn om een waardevolle bijdrage te leveren aan de besluitvorming. De geschiktheidseisen van DNB werken bovendien door in de selectie van kandidaten door besturen. Ten eerste zijn pensioenfondsen actiever gaan sturen op de expertisebehoefte van de organen. Ten tweede moeten pensioenfondsen meer investeren in kandidaten, zodat zij voldoen aan het gewenste geschiktheidsniveau. Daarnaast zien pensioenfondsen het als een uitdaging om enerzijds te voldoen aan de geschiktheidseisen en anderzijds de binding met de risicodragers binnen het pensioenfonds niet te verliezen. Verder resulteren de striktere geschiktheidseisen in een toename van onafhankelijke bestuurders.

Op 6 juni 2018 vond de hoorzitting plaats over o.a. de evaluatie van de Wvbp en over goed bestuur bij pensioenfondsen in het algemeen. DNB gaf in een position paper haar kijk op de governance bij pensioenfondsen. De kwaliteit van het bestuur blijft volgens DNB een aandachtspunt. Zo doorstaat een relatief groot deel van het aantal bestuurders in de sector de DNB-toets niet. Ook de naleving van de gedragsnormen en diversiteit binnen de pensioenfondsbesturen zijn aandachtspunten.

Al met al blijkt uit de evaluatie dat de governance van pensioenfondsen in dit decennium behoorlijk in beweging is gekomen. Ook de aangescherpte geschiktheidseisen hebben hier aan bijgedragen. Om als pensioenfondsbestuur “in control” te zijn, blijft het echter van belang om de kwaliteit en geschiktheid als blijvend aandachtspunt te zien.

Wil je meer weten over de evaluatie van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen ? Lees dan het gehele evaluatierapport.  

Mr. Monica Swalef is pensioenjurist, opleider, arbiter en intern toezichthouder. Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van Noortje van Bergeijk, juridisch medewerker Swalef Pensioenjuristen en Academie.



Bron: nieuwsbrief Nyenrode Corporate Governance Instituut, juni 2018.

Artikelen en columns gepubliceerd op de website en in de nieuwsbrief van het NCGI weerspiegelen niet per definitie een algemene visie van het NCGI, maar worden door auteurs op persoonlijke titel geschreven. Reageren kan via ncgi@nyenrode.nl.