Hoe een voedselnatie groot kan blijven

Onze voorsprong is nog vijf tot twintig jaar. Daarna zullen andere continenten de voedselnatie Nederland passeren. Alleen innovaties kunnen onze positie in de wereldwijde transitie van het voedselsysteem veiligstellen. Ondernemer Ruud Huirne staat te boek als een van de meest invloedrijke denkers op het gebied van land- en tuinbouw in Nederland. Als hoogleraar bij Nyenrode Business Universiteit leert hij zijn studenten met welke duurzame businessmodellen we onze positie van koploper kunnen behouden.

Ruud Huirne (1962) wil maar zeggen: het kan over twintig jaar afgelopen zijn. De hegemonie van het kleine Nederland als land- en tuinbouwland in de wereld is niet vanzelfsprekend. Helemaal niet zelfs. De VS, China, Brazilië en zelfs Afrika kunnen onze polder straks makkelijk overslaan. “We zitten op een lastig continent”, analyseert Huirne zakelijk de geopolitieke verschuivingen. Of moeten we zeggen: nuchter? Zoals alleen een boerenzoon uit het Achterhoekse Eibergen altijd nuchter zal blijven, ook al heeft hij inmiddels de wetenschappelijke titels dr. ir. opgespeld, adviseert hij direct de Raad van Bestuur van de agrofoodmacht Rabobank, is hij in Coevorden partner van de grootste biovergistingsinstallatie van Nederland, goed voor 25 miljoen kuub groen gas. En neemt hij als kerndocent zijn studenten op de Nyenrode Business Universiteit mee op een zoektocht naar kansen voor Nederland, in het geweld van de wereldwijde transitie van het voedselsysteem. 


ruud heirne deff


Een universitaire studie over voeding lijkt wat verdwaald te zijn, daar op kasteel Nyenrode. Is dit onderwerp niet het territorium van Wageningen University, waar Huirne ook als hoogleraar aan verbonden was? Zeker, erkent hij. Als je wilt leren hoe je een maximale opbrengst van een hectare grond wilt halen, moet je niet in Breukelen zijn. Maar wie de zakelijke organisatie van een goed draaiend voedselsysteem wil doorgronden, zoals we dat in handelsnatie Nederland hebben opgezet, doet er verstandig aan in te tekenen op zijn MBA-module ‘Global Food Transitions’. In de Nederlandse vertaling: transities van het wereldwijde voedselsysteem. 

Huirne licht toe: “Op een business universiteit ga je de mondiale voedseltransitie zakelijk bekijken. Transitie heeft ook alles met innovatie te maken. In mijn visie is die combinatie essentieel. Het is bijna een cliché, maar de wereldbevolking neemt toe en wordt door de bank genomen welvarender. Dat betekent dat mensen meer geld over hebben voor voedsel en daar ook het belang van inzien. Dan heb je het over voeding en welbevinden, over gezond ouder worden, over voeding voor sport en voeding voor kinderen. Mensen die kapitaalkrachtiger worden, vinden dit steeds belangrijker. Bijzonder is ook dat je geen enkele andere industrie zult vinden die zo’n grote bestaanszekerheid heeft. Dat wat je maakt is ook nog gewild over tien, twintig of zelfs honderd jaar. Mensen moeten nu eenmaal eten."

“Als wij nu als Nederland verder niets doen, zal onze toekomstige rol in de voedselproductie uitgespeeld zijn."


Global MMBA


Zijn waarschuwing: “Als wij nu als Nederland verder niets doen, zal onze toekomstige rol in de voedselproductie uitgespeeld zijn. Wij zitten hier niet in het gebied waar je nog veel nieuwe consumenten krijgt, waar de welvaart nog toeneemt of waar je nog veel extra voedsel kunt produceren. Nederland had als innovatief handelsland een grote rol in het verleden, maar die positie is niet gegarandeerd. Niets doen betekent: dan ben je over twintig jaar weg. Het is net als de textielindustrie ooit. We maakten verkeerde keuzes en we lagen er helemaal uit. Dat kan ook met landbouw gebeuren. De grote wereld, Amerika, China, Brazilië en ook opkomend Afrika, die slaan Europa straks gewoon over, misschien. Daarom is het interessant om op 
Nyenrode over die businesskant door te denken: hoe gaan we dat voorkomen? Wat wordt dan het nieuwe verdienmodel?”

De oplossing volgens Huirne


“Het gouden sleutelwoord is: innovatie. Wij zijn nu nog frontrunners als je kijkt naar onze oplossingen voor vraagstukken als: hoe krijg je een hogere opbrengst per hectare met minder footprint? Hoe organiseer je ketens efficiënt? Hoe verpak je voeding? Hoe herverpak je het? Er komen hier in Nederland veel grondstoffen binnen, vaak als bulk. Daar doen we een nieuw jasje omheen. We stellen het aanbod opnieuw samen. Daar zijn we goed in. En de kennis over de consument en voeding, daar loopt Nederland ook in voorop. Als je kijkt naar bepaalde garanties die we als consumenten willen hebben, garanties van biologisch en gezond, garanties over voeding van regionale afkomst: wij kunnen dat geven. Dat vinden veel mensen belangrijk hier. Korte ketens, direct van het land naar de stad. En slim labelen, om de producten apart in de markt te zetten. Daar is Nederland onderscheidend in op de wereld. 


Food mmba nyenrode

 
Het oude businessmodel van handel in ‘bulk’ werkt niet meer voor ons land. Het gaat om onderscheidende producten met een hogere prijs, omdat ze op een concrete vraag inspelen. Deze nieuwe proposities komen op Nyenrode aan de orde, waar we werken aan het ontwikkelen van nieuwe businessmodellen. Dat is iets anders dan wat op andere universiteiten als Wageningen gebeurt, waar meer de vraag is: hoe kan ik met minder kunstmest betere aardappels telen?”  

"Het gaat om onderscheidende producten met een hogere prijs, omdat ze op een concrete vraag inspelen."

Je ziet bij transitiedenkers een belangrijke verschuiving in denken. De vraag was eerst: hoe gaan we straks 9 miljard mensen op deze planeet voeden? Nu hoor je steeds vaker: wáár gaan we straks die miljarden mee voeden? Zou het mogelijk zijn om naar een voedingssysteem te gaan van 80 procent plantaardige eiwitten om daarmee het vleesgebruik naar 20 procent terug te dringen? 

Lees hier het volledige artikel dat reeds verscheen in de P+ special over schience transities van het wereldwijde voedselsysteem.

In de Modulair MBA module Global Food Transitions delen (inter)nationale experts hun inzichten en kennis over de wereldwijd veranderende waardeketen in de agrisector. De theorie wordt vervolgens gekoppeld aan de praktijk van de eigen organisatie, zodat je bijdraagt aan een duurzaam resultaat voor je organisatie en de voedseleconomie als geheel.