"Er zijn vele versies van de werkelijkheid"

Emeritaatsrede van prof. dr. Edward Groenland

25 maart 2021
Onderzoek

Is werkelijkheidsbeleving van invloed op de keuze van een sociaal wetenschapper bij zijn of haar onderzoeksmethode? Welke rol spelen taal en wiskunde bij werkelijkheidsbeleving en welke soorten werkelijkheidsbeleving bestaan er? Deze vragen stelde prof. dr. Edward Groenland vandaag in zijn emeritaatsrede. Groenland neemt afscheid als hoogleraar Business research methodology bij Nyenrode Business Universiteit waar hij zich jarenlang bezig heeft gehouden met onderwijs en onderzoek in de breedste zin van het woord. In zijn rede beschrijft hij hoe verschillende werkelijkheidsopvattingen leiden tot verschillende onderzoeksmethoden.

Iedereen ervaart een bepaalde werkelijkheid. Sociale wetenschappers beschrijven deze en proberen het gedrag van mensen te verklaren door middel van empirisch onderzoek. Om gedrag te begrijpen moet je snappen hoe mensen de werkelijkheid zien, want menselijk gedrag wordt beïnvloed door werkelijkheidsbeleving. Maar wat is ‘werkelijkheid’? Bestaat er een objectieve werkelijkheid of is er slechts sprake van een individuele subjectieve werkelijkheid afhankelijk van tijd, plaats en context?

Groenland blikt in zijn rede terug op zijn werkzame leven als onderzoeker, docent en mens. Hij reflecteert bij zijn afscheid op verschillende soorten werkelijkheden, filosofische opvattingen, menselijke ontwikkeling en de rol van taal bij werkelijkheidsbeleving. Tot slot vergelijkt hij de kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksopzet en de rol die werkelijkheidsbeleving hierbij speelt.

Taal versus wiskunde

Elke sociale wetenschapper hanteert een eigen werkelijkheidsbeeld, een zogenaamd paradigma. Deze vorm bepaalt wat je kan onderzoeken en op welke wijze. En tot welk type wetenschappelijke kennis en inzichten dit leidt. De twee dominante paradigmata in de onderzoekswereld zijn kwalitatief en kwantitatief onderzoek. De zogenaamde taalkundige en wiskundige vorm.

Het kwalitatieve onderzoek mist de getallendimensie, want alles gaat via taal. Andersom kan je je afvragen welke rol taal speelt bij werkelijkheidsbeleving. Voor de keuze van de onderzoeksmethode is deze vraag relevant. Want, als de werkelijkheidsbeleving is opgebouwd uit aspecten die ofwel primair in taal, ofwel primair in getallen kunnen worden uitgedrukt dan krijg je andere, en verschillende onderzoeksuitkomsten.

Neem bijvoorbeeld onderzoek naar ‘geluk’ dat mensen al dan niet ervaren. Een kwantitatieve onderzoeksbenadering kan leiden tot beredeneerde vormen van geluk. Een kwalitatieve onderzoeksbenadering daarentegen richt zich op gevoelsdimensies uitgedrukt in taal. Het gevolg hiervan is dat de vergaarde kennis niet tot absolute waarheden of werkelijkheden leidt. “Want”, zo geeft Groenland aan, “ze heeft een geldigheidsdomein, in termen van ruimte en tijd, dat past binnen het gekozen paradigma.”

Bewustzijn? En kiezen?

Groenland doet drie aanbevelingen voor sociaal wetenschappers. In de eerste plaats adviseert hij hen om bewust te kiezen voor een paradigma, want de kwantitatieve werkelijkheid is onverenigbaar met de kwalitatieve werkelijkheid, zoals ervaren door individuen. Is bijvoorbeeld ‘geluk’ de uitkomst van een rationele, sociale vergelijking, of is ‘geluk’ een holistische gevoelsbeleving als totaliteit? Als een overheid het geluk van haar burgers wil bevorderen dan leidt dit tot verschillende soorten maatregelen of interventies, afhankelijk van het type onderzoek dat werd uitgevoerd.

Daarnaast geeft hij aan dat het belangrijk is om je als onderzoeker (en als mens) bewust te zijn van je eigen werkelijkheidsopvattingen. “Vraag jezelf af of deze door toeval tot stand zijn gekomen, door levenservaring, opvoeding, opleiding, tijdsgeest?” Dit heeft effect op je werkelijkheidsbeleving, waardoor je deze niet als juist kunt claimen. Tot slot beveelt hij aan om rekening te houden met tijd, plaats en omstandigheden om de actuele werkelijkheid van respondenten compleet, maximaal en zonder vertekeningen te ervaren.

Terugblik

De zeventiger jaren van de vorige eeuw kende de opkomst van mainframe-computers. Jonge wetenschappers leerden, toen nog met behulp van ponskaarten, blokken getallen statistisch te analyseren. De data waren afkomstig van vragenlijsten. Het waren talige data die werden getransformeerd in cijfers. Als economisch psycholoog, destijds werkzaam aan een door de overheid gefinancierde universiteit, leerde je om die aspecten van de werkelijkheden van de respondenten te onderzoeken die konden worden uitgedrukt in cijfers.

Vanaf de jaren tachtig-negentig werd, langzamerhand, het kwalitatief onderzoek ook serieus genomen door kwantitatieve onderzoekers. Zij erkenden dat evenzeer dit type onderzoek wetenschappelijk was. Anno nu zien we talloze voorbeelden waarbij beide type onderzoekers, met wederzijds respect voor het paradigma van de ander, harmonieus samenwerken in wetenschappelijk onderzoek.

Op Nyenrode is het niet anders. Eerder lag het accent op kwantitatief onderzoek voor het bedrijfsleven. De bedrijven vroegen primair om niveauschatters en causale verbanden. En mede op basis van deze gegevens namen zij hun bedrijfsbeslissingen. Maar heden ten dage wil datzelfde bedrijfsleven inzichten hebben in de werkbeleving van werknemers, en de dynamiek van de samenwerking in hun bedrijf, of de conflicten die daar kunnen ontstaan. Kwalitatief onderzoek is hierbij onontbeerlijk: het biedt de inzichten die richtinggevend zijn voor de consequentiële acties van de leiding van het bedrijf.

En zo is Nyenrode,  als particuliere universiteit, ook in het huidige tijdsgewricht, bereid en in staat om het bedrijfsleven optimaal te bedienen. En dat is mooi.

Download onderstaand het redeboekje.

24 maart 2021

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Nyenrode deelt kennis om leiders en professionals te helpen tijdens de coronacrisis. Abonneer je op L.E.S. in crisis.