Van corporate governance naar impact governance

De Club van Rome was al in 1968 diep verontrust over de toekomst van de wereld. De zorgen van toen zijn sindsdien alleen maar toegenomen. De goeroe van nu, Yuval Noah Harari, rekent in zijn meest recente boek de klimaatverandering, technologische disruptie en grote inkomensongelijkheid tot de meest bedreigende onderwerpen. Dit zijn onderwerpen die ver over de nationale grenzen heen reiken.

De nationale overheden, maar ook de internationale organisaties zoals de VN, blijken maar in beperkte mate een bijdrage te kunnen leveren aan het treffen van maatregelen om een dreigende ramp te voorkomen; de landsgrenzen, maar ook de interne en externe politieke verhoudingen, leveren onoverkomelijke beperkingen op. De laatste vijftien jaar drong geleidelijk de conclusie door dat het bedrijfsleven moet bijspringen. Ondernemingen opereren immers veelal over landsgrenzen heen en zijn ook beter aanstuurbaar. In toenemende mate bleek dat de oplossing van de werkelijk grote problemen waar deze wereld mee kampt alleen een kans van slagen heeft wanneer ook ondernemingen een wezenlijke bijdrage leveren aan de bestrijding van milieuvervuiling, armoede, corruptie en ongelijkheid. In Davos en elders werden de consequenties van deze constatering bij herhaling onderkend.

Deze onderwerpen behoorden ook kortgeleden nog niet tot het doel van een onderneming, zoals bijvoorbeeld omschreven in de corporate governance-code. Zij dragen immers niet bij aan het financieel rendement.

De drie P's

Na deze eerste fase van ontwikkeling van de corporate governance is onder druk van gewijzigde opvattingen over de rol van de ondernemingen in onze samenleving een tweede fase ingezet. Deze werd initieel verwoord met de drie P’s (people, planet, profit). Daardoor kwam aan het begin van dit decennium het concept van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) op de bestuurstafel. De klemtoon van de discussie binnen de boardroom werd daardoor stapsgewijs uitgebreid en verbreed. Naast de financiële doelstellingen werden de strategie en het beleid van de onderneming ook getoetst aan maatschappelijke normen en waarden waaraan de onderneming moet voldoen.

In navolging van die ontwikkelingen introduceerde in 2016 de herziene code-Van Manen een bepaling die specifiek verlangt dat de onderneming aandacht besteedt aan de belangen van stakeholders ‘en andere relevante aspecten van ondernemen zoals milieu, de keten waarin de onderneming opereert, de eerbiediging van mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping’. Door deze onderwerpen formeel binnen het bereik van corporate governance te brengen, gaat de corporate governance een tweede fase in. Gelijktijdig werd de doelstelling dat de onderneming zich richt op financiële waardecreatie verruimd door ook niet-financiële waardecreatie als legitiem doel te erkennen.

Impact governance

De ontwikkeling in deze tweede fase blijkt bijvoorbeeld uit de kopersstaking van Nikes producten  vanwege de kinderarbeid in China, de publieke verontwaardiging over de werkomstandigheden in Bangladesh bij de productie van westerse kleding, de kritiek op de ‘tax planning’ van Starbucks en Apple en de roep om meer medewerking van Shell aan de energietransitie. De besturing van de onderneming, risicobeheersing, de honorering van bestuurders en de rol van aandeelhouders, belangrijke onderwerpen van fase één, komen echter in fase twee in een ander licht te staan. Van bestuurders en commissarissen wordt nu een aangepast strategisch inzicht verwacht: de klimaatverandering blijkt een zeer belangrijke risicofactor; de bestuurders zullen moeten kunnen rekenen op maatschappelijke erkenning; aandeelhouders zullen een breder, meer maatschappelijk belang moeten nastreven dan rendement alleen. Het doel van de onderneming zal een symbiose zijn van financieel rendement én van externe maatschappelijke belangen, die binnen de doelstelling van de onderneming vertaald moeten worden in een ‘eigen belang’ van de onderneming. Het aangepaste doel vraagt ook om andere vormen van bestuur en besluitvorming. Meer dan voorheen (corporate governance) wordt de governance voortaan getoetst aan haar impact op de samenleving (impact governance).

Integrated Reporting

Als gevolg van het voortschrijdend inzicht in het belang van MVO zijn beursgenoteerde ondernemingen verplicht te rapporteren over niet-financiële informatie. Niet-financiële informatie gaat bijvoorbeeld over hoe een onderneming omgaat met het milieu, mensenrechten, corruptie en diversiteit van het bestuur. Dat geldt ook voor organisaties van openbaar belang met meer dan vijfhonderd medewerkers. Belangrijker nog zijn de ontwikkelingen rond integrated accounting (IR). Door middel van IR moet een totaalbeeld van een onderneming ontstaan waarbij het gaat om de samenhang tussen de verschillende key performance indicators en hoe deze elkaar versterken. De onderneming krijgt door deze ontwikkelingen ook een maatschappelijke functie, in aanvulling op de functie van een lange-termijnwaardecreatie. De ontwikkeling die is ingezet leidt ertoe dat de impact die een onderneming heeft, blijk moet geven van maatschappelijke verantwoordelijkheid, en dat zij niet meer uitsluitend naar rendementsmaatstaven wordt beoordeeld.

Heeft de bijdrage van het bedrijfsleven voldoende impact? De bestuurders en commissarissen tonen goede wil, maar strijden met het dilemma hoe te bewijzen dat de getoonde maatschappelijke verantwoordelijkheid ook effectief in het belang is van de onderneming. De institutionele beleggers, pensioenfondsen en verzekeraars, als aandeelhouders van grote ondernemingen, lijken in hun beleggingsstrategieën in toenemende mate begrip te gaan opbrengen voor deze fase twee, mits geen afbreuk wordt gedaan aan het uitgangspunt van een lange-termijnwaardecreatie door de onderneming. De zorgen over de toekomst stapelen zich op. Ik heb goede hoop, maar de tijd dringt.


Bron: nieuwsbrief Nyenrode Corporate Governance Instituut, oktober 2019.

De bijdrage 'Van corporate governance naar impact governance' maakt deel uit van het boek 'Nederland in ideeën' van uitgeverij Maven Publishing.  


Artikelen en columns gepubliceerd op de website en in de nieuwsbrief van het NCGI weerspiegelen niet per definitie een algemene visie van het NCGI, maar worden door auteurs op persoonlijke titel geschreven. Reageren kan via ncgi@nyenrode.nl.