De corporate governance van de toekomst

7 overwegingen op slotdocument Monitoring Commissie Corporate Governance Code

De Monitoring Commissie Corporate Governance Code heeft op 29 januari het slotdocument gepubliceerd, waarin wordt terugblikt op de werkzaamheden van de commissie in de afgelopen vier jaar. Er wordt ingegaan op een aantal actuele vraagstukken op het gebied van corporate governance die in de toekomst meer aandacht vragen. Ook behandelt het rapport in hoeverre de Corporate Governance Code wordt nageleefd en geeft hiervoor adviezen. Prof. mr. Steven Schuit, hoogleraar Corporate Governance and Responsibility aan Nyenrode Business Universiteit, deelt zijn bevindingen over de 7 belangrijkste punten uit het rapport.

  1. Naleving van de code

    ‘De Code wordt door de grotere Nederlandse beursfondsen goed nageleefd. De boosdoeners zijn (a) de kleinere, vooral lokale fondsen. Die zijn met name niet aan de maat als het gaat om de interne controle functies; en (b) de buitenlandse beleggers (ruim 80% van de AEX-kapitalisatie), die zich niet vrijwillig onderwerpen aan de Nederlandse regels en gebruiken (ze zijn niet verplicht tot naleving). De commissie gaat daar uitvoerig op in, met aanmoedigingen en suggesties, maar oplossingen zijn niet voorhanden. De interne controlefunctie is nu eenmaal kostbaar, misschien te kostbaar voor een kleinere onderneming en buitenlandse beleggers zijn niet happig op typisch Nederlandse regels (als ze die al kennen).’

  2. Waardecreatie

    ‘De commissie stelt een strategie voor die moet leiden tot ‘waardecreatie’. De waardecreatie is ongeclausuleerd en zou alle stakeholders moeten verblijden. Deze norm is gericht tot het bestuur en de commissarissen en zij zijn verplicht de Code na te leven. Maar voor buitenlandse aandeelhouders is de Code niet bindend en door hen wordt de waardecreatie wellicht toch vooral gezien als het uitsluitend financieel belang van de aandeelhouders. Dit alles ondanks de spectaculaire brief van januari dit jaar van Larry Fink aan alle grote klanten van Black Rock (ruim $ 6 triljoen onder beheer). Hun verwachtingen zijn vooralsnog geheel anders.’

  3. Korte versus lange termijn

    ‘De strategie moet gericht zijn op de lange termijn. Daar zal in beginsel nagenoeg iedereen het mee eens zijn, mits, inderdaad, ‘in beginsel’. Allereerst omdat de korte termijn heel belangrijk blijft. Ten tweede wijst het slotdocument, terecht, op vier stoorzenders: (1) de beruchte kwartaalberichten; (2) de maandelijkse evaluaties die beleggers nu eenmaal doen, mede vanwege het overleg met hun eigen achterban en (3) de externe toezichthouders die vrijwel unaniem verblind zijn door de korte termijn en (4) de lange investeringsketen. Bijeen genomen, zijn dit forse obstakels voor de implementatie van die langetermijnstrategie.’

  4. Regels bindend?

    ‘De aandeelhoudersvergadering is als orgaan van de vennootschap gehouden tot naleving van de Code. Dat geldt niet voor de afzonderlijke aandeelhouders. De aandeelhouders meer betrekken bij een ‘langetermijnstrategie’ gericht op ‘waardecreatie’ en de implementatie daarvan (‘shareholder engagement’ ) is een lovenswaardig streven. Maar het wordt in het slotdocument niet duidelijk hoe de voorgestelde nieuwe regels in de Code bindend kunnen worden opgelegd aan buitenlandse beleggers. En is dat wel wenselijk? De Aandeelhoudersrichtlijn van de EU betreft alleen beleggers binnen de EU. Voor grote beleggers van buiten de EU geldt dit niet.’

  5. Shareholderengagement

    ‘Met meer shareholderengagement mag het bestuur niet de verwachting gaan koesteren dat het daar veel baat bij heeft in geval van een vijandige overname. De aandeelhouders van vandaag hebben zich dan teruggetrokken en zijn op dat moment vervangen door hedge funds en andere rovers. Shareholderengagement betekent natuurlijk niet dat bestaande aandeelhouders zich verplichten tot niet-verkopen.’

  6. Ongewenste bieders

    ‘De commissie staat zorgvuldig overleg met ongewenste bieders voor. Eens. De 180 dagen die de Code kent als wachttijd voor de agendering in de aandeelhoudersvergadering is voor de commissie meer dan voldoende om in dialoog elkaars standpunten af te tasten en een eigen standpunt te bepalen. Wat de commissie nalaat te vermelden, is dat je nadien natuurlijk wel moet geloven (zeker weet je het nooit) dat de Ondernemingskamer (OK) desgevraagd tot een oordeel komt dat rekening houdt met de kwaliteit van deze dialoog. Huub Willems, de voormalig OK-voorzitter, wees daar al op en sprak bemoedigende woorden. Ik denk dat hij gelijk heeft, maar ik mis dat zeer belangrijke sluitstuk in het eindverslag.’

  7. Herziening?
    ‘Er moet een nieuwe, permanente commissie komen, met een continue bewakingsfunctie. Dat vond de commissie Streppel ook al. Het slotdocument wil voorts elke drie jaar een herziening van de Code. Dat lijkt mij een verkeerd signaal in de strijd tegen de regel-druk.’

‘Lof aan de commissie. Het is een goed eindverslag. De uitdagingen voor een nieuwe commissie zijn groot.’

Lees hier het slotdocument.