Crisis zet eigenaar van familiebedrijf aan tot meer zelfreflectie rond bedrijfsoverdracht

16 februari 2021
Onderzoek

De coronacrisis leidt bij eigenaren van familiebedrijven tot meer zelfreflectie over hun eigen opvolging. Dat blijkt uit onderzoek van accountancybureau RSM en Nyenrode Business Universiteit. Het is te beschouwen als een blessing in disguise. Bedrijfsopvolging is namelijk een taboe dat het midden- en kleinbedrijf jaarlijks zeker 6 miljard euro kost, stelt Roberto Flören, die aan Nyenrode de RSM-leerstoel ‘Familiebedrijven en Bedrijfsoverdracht’ bekleedt.

Nederland telt ongeveer 275.000 familiebedrijven, waarvan 86 procent twee tot tien medewerkers heeft (CBS, 2018). In het onderzoek ‘Corona en familiebedrijven’ werd de stelling ‘de huidige coronacrisis is voor mij persoonlijk aanleiding om eerder na te denken over mijn opvolging’ twee keer voorgelegd aan een onderzoekspanel van honderd ondernemers.

Het betrof in meerderheid eigenaren van grotere mkb-familiebedrijven. In april 2020 antwoordde slechts 8 procent hierop bevestigend. In juli 2020 was dit percentage al verdrievoudigd naar 24 procent. Waarschijnlijk sorteert de huidige lockdown een verder versterkend effect op de persoonlijke toekomstbespiegelingen van ondernemers. Flören: "Deze crisis blijkt een periode van bezinning. Ondernemers realiseren zich dat het leven minder maakbaar is dan gedacht.”

Onderschatting van het proces rond de bedrijfsoverdracht

Toch is dus nog altijd een ruime meerderheid van de ondernemers niet met het thema bedrijfsopvolging bezig. Dat geldt volgens Flören zelfs voor veel ondernemers die de pensioengerechtigde leeftijd naderen. Een van de redenen is onderschatting van wat er bij een bedrijfsoverdracht komt kijken. Nyenrode voerde in de periode 2015-2017 een uitgebreid onderzoek uit over (onder meer) bedrijfsopvolging in familiebedrijven. De belangrijkste uitkomsten zijn onverminderd actueel.

"Ten eerste onderschatten bedrijfseigenaren enorm de duur van een gemiddeld opvolgingstraject", zegt Flören. "Men denkt aan anderhalf jaar, terwijl het in de praktijk vijf tot zeven jaar duurt. Bijna de helft van de ondernemers start het traject dan ook te laat. Wanneer je alles in een veel te korte tijd moet regelen, worden keuzes ad hoc gemaakt, na minimale communicatie met de verschillende belanghebbenden."

6 miljard euro schade door slecht geregelde bedrijfsopvolging

Dat heeft negatieve gevolgen voor de bedrijfscontinuïteit en innovaties. "We hebben de jaarlijkse schade van slecht geregelde bedrijfsopvolgingstrajecten geraamd op 6 miljard euro. Dit is nog afgezien van de emotionele schade, bijvoorbeeld door verscheurde families. Er zijn voorbeelden te over van voormalig bedrijfseigenaren die thuis zonder de kinderen bij de kerstboom zitten, met een verwijtende blik van hun partner op de koop toe", aldus Flören.

De hoogleraar adviseert ondernemers om in de aanloop naar een overdracht eerst na te gaan wat familieleden nu echt willen. "Bespreek emoties voordat je fiscale discussies gaat voeren, terwijl de fiscaliteit natuurlijk wel moet kloppen. Zo zijn er diverse fiscale regelingen beschikbaar rondom bedrijfsoverdracht, met daaraan gekoppelde wettelijke termijnen. Deze kunnen leiden tot serieuze fiscale vrijstellingen."

Jaren uittrekken voor bedrijfsopvolging

Neem bijvoorbeeld de Bedrijfsopvolgingsregeling: als je opvolger niet drie jaar voor de bedrijfsoverdracht al op de loonlijst staat, dan kost dat fiscaal veel geld. "Alleen al om die reden moet je jaren uittrekken voor een bedrijfsopvolging. Ook de bank moet je tijdig betrekken, want die moet - ruim voor het moment van kredietverlening - vertrouwen hebben kunnen opbouwen in de kwaliteiten van de voorziene bedrijfsopvolger.”

Personeel hard nodig voor bedrijfscontinuïteit na crisis

De drie belangrijkste prioriteiten van een afzwaaiende directeur-eigenaar bij een bedrijfsopvolging zijn volgens onderzoek achtereenvolgens: de bedrijfscontinuïteit, harmonie binnen de familie en rendement op het vermogen; de oudedagsvoorziening.

Flören meldt in dit verband opnieuw een opvallend effect van de coronacrisis bij noodlijdende bedrijven. "Als het financieel mogelijk is, blijken veel afzwaaiende directeur-eigenaren bereid om in te teren op hun toekomstige oudedagsreserve om daarmee het personeel te kunnen behouden. Dat personeel is na de crisis waarschijnlijk hard nodig om de bedrijfscontinuïteit te borgen."

Coronacrisis zorgt voor uitstel van het bedrijfsopvolgingstraject

Emotionele blokkades vormen volgens Flören een andere reden waarom ondernemers de hete aardappel van de bedrijfsopvolging doorschuiven. "Veel mensen vinden het niet fijn om eigenlijk de eindigheid van hun bestaan onder ogen te zien en toe te werken naar hun eigen misbaarheid. Directeur-eigenaren van familiebedrijven staan in het centrum van drie overlappende cirkels: die van het bedrijf zelf, de familie en het eigendom. Ineens ben jij na jouw eigen opvolging in al die domeinen niet meer de centrale persoon. Daarnaast zorgt een focus op de waan van de dag - zeker in deze coronacrisis - voor het uitstellen van het moment waarop wordt begonnen aan het bedrijfsopvolgingstraject.”

Flören geeft nog een praktisch advies mee: "Ga als afzwaaiende ondernemer niet zelf knutselen en schakel vroegtijdig advies in, maar weet wel zelf wat je wil. Vaak is de huisaccountant de belangrijkste persoon bij het regelen van de bedrijfsoverdracht. Maar accountants zijn vooral gewend in cijfers en structuren te denken. Vaak zie ik dan constructies ontstaan die bedrijfseigenaren zelf niet aan hun familie kunnen uitleggen. Als de huisaccountant slim is, neemt hij een andere adviseur mee die gespecialiseerd is in het begeleiden van de meer emotionele kwesties van bedrijfsopvolging.”

Bedrijfsopvolging: geen ruimte voor excuses

Winnaars hebben een plan, verliezers een excuus. Flören laat geen ruimte voor excuses: "Het regelen van je opvolging is een belangrijke managementverantwoordelijkheid. Je ziet het einde van je loopbaan aankomen. Er is altijd wel een reden om er niet aan te beginnen: als het slecht gaat - misschien nu door de coronacrisis - ben je onmisbaar, als het goed gaat wil je er ‘juist nu’ bij blijven. Je moet voor jezelf nagaan wat jij eraan kan doen om het bedrijf goed over te dragen, binnen of buiten de familie."

Prof. dr. Roberto Flören is zelf geboren en getogen in een familiebedrijf. Hij kwam in 1984 als BBA-student op Nyenrode en is sinds 1992 verantwoordelijk voor het familiebedrijfprogramma van de universiteit. In 2002 werd hij benoemd tot hoogleraar. Hij bekleedt de RSM-leerstoel Familiebedrijven en Bedrijfsoverdracht.  

Dit artikel verscheen eerder op de Ondernemer

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Nyenrode deelt kennis om leiders en professionals te helpen tijdens de coronacrisis. Abonneer je op L.E.S. in crisis.