De Nederlandse Corporate Governance Code becommentarieerd door Strikwerda

Boekrecensie door NCGI-lid Ruud Kok RA

De belangrijkste verdienste van professor dr. J. (Hans) Strikwerda’s boek 'De Nederlandse Corporate Governance Code' dat in mei 2018 is verschenen, is dat hij  een standaardwerk heeft geschreven voor iedereen die geïnteresseerd is in corporate governance, maar niet alles wat (voor)geschreven is voor zoete koek aanneemt. De subtitel van het boek luidt dan ook: “ingeleid, toegelicht en becommentarieerd”.

Een kloek boek van 246 dikbedrukte pagina’s in een klein lettertype en korte regelafstand over de laatst verschenen Code “Van Manen”. Een Code die zelf 49 pagina’s telt. Zowel de typografische keuze als de keuze om de Nederlandse Corporate Governance Code (NCGC) op de voet te volgen, maakt het geheel niet erg toegankelijk en niet makkelijk leesbaar. Een boek voor belangstellende doorzetters. Het is overigens de tweede editie van het boek. Eerder heeft Strikwerda al de Code Frijns uit 2008 als uitgangspunt gekozen voor zijn bespiegelingen.

Het meest lezenswaardig zijn de eerste 62 pagina’s waarin Strikwerda inzicht biedt in zijn denken over corporate governance. Niet voor niets noemde Japke D. Bouma in het NRC van 22 mei 2018 dat ‘governance’ het ultieme ‘buzz woord’ is; iedereen gebruikt het en niemand weet wat het werkelijk betekent. Strikwerda heeft ook vrij veel woorden nodig om dit containerbegrip te duiden. Als je goed leest geeft hij maar liefst zes definities en na enig speurwerk kom je pas zijn eigen definitie tegen. Alhoewel, het mij eigenlijk nog steeds niet duidelijk is geworden wat nu exact zijn definitie is, lijkt de volgende definitie - heel uitgebreid - inzicht te geven in het denken van de schrijver over corporate governance.

Citaat

“Corporate Governance is het systeem in een samenleving van bevoegdheden, rechten, plichten en procedures dat:
  • Het bestuur van een onderneming disciplineert om de door de onderneming te creëren waarde over de levensduur van de onderneming te maximaliseren;
  • ervoor zorgt dat de gecreëerde waarde op een faire wijze wordt verdeeld over al degenen (stakeholders) naar rato dat dezen bijdragen aan het creëren van die waarde;
  • ervoor zorgt dat de belangen tussen majeure aandeelhouders en kleine aandeelhouders als ook de belangen tussen de aandeelhouders en het vennootschappelijk belang zorgvuldig en fair worden afgewogen;
  • bestuurders ter verantwoording worden geroepen door en verantwoording afleggen aan diegenen die daar recht op hebben, respectievelijk aan diegenen waarbij dit in het belang is van de onderneming;
  • ervoor zorgt dat de specifieke beslissingen van het bestuur vooraf kunnen worden gecorrigeerd;
  • ervoor zorgt dat de leden van het bestuur zich houden aan de duty of loyalty en aan de opdracht van goed rentmeesterschap (duty of care);
  • ervoor zorgt dat bestuurders worden geselecteerd, benoemd, beoordeeld, beloond, decharge wordt verleend en worden ontslagen, zoals het belang van de vennootschap en de met haar verbonden ondernemingen dat vereist."

Dat is heel wat langer dan de oorspronkelijke definitie die de Cadbury Committee opstelde: "Corporate Governance is het systeem waarmee ondernemingen worden bestuurd en beheerst. Van Manen kiest ook voor deze definitie en voegt daar aan toe dat governance ook gaat over verantwoordelijkheid en zeggenschap én over toezicht en verantwoording".

Hierin zien we ook de fundamentele kritiek van Stikwerda op de Code. Die kritiek kent de volgende invalshoeken:

  1. De NCGC heeft een te "enge" opvatting over besturen. Goed bestuur gaat, volgens Strikwerda, over ondernemerschap: het zien van marktkansen, het nemen van initiatieven, investeren, innoveren om zo de waarde van toevertrouwde productiemiddelen te doen groeien en welvaart te creëren. De Code lijkt zich in de visie van de auteur te beperken tot het bewerkstelligen van een systeem van checks & balances en daarmee tot wat ‘decision control’ wordt genoemd of in het Nederlands, interne beheersing.
  2. De NCGC gaat uit van een vroeg twintigste eeuw opvatting over een onderneming in een vennootschappelijke structuur, een Modern Business Entreprise (MBE). Een onderneming gebaseerd op juridische constructen in het vennootschapsrecht, het eigendomsrecht, het arbeidsrecht en het verbintenissenrecht. Een onderneming die welvaart schept door de inzet van materiële assets en arbeid. Strikwerda heeft een meer economische visie op ondernemingen in de zin van een welvaarts theoretisch waardescheppend orgaan, waarin afnemers en leveranciers samenwerken en de gecreëerde waarden verdelen. Een onderneming die met name niet-materiële waarden benut. Ofwel, zoals Porter en Kramer stellen een onderneming die ‘shared values’ genereert en verdeelt.
  3. De NCGC kent een beperkte visie op risicobeheersing en controlesystemen, namelijk, aldus de auteur: een systeem van AO/IC, zoals nodig om te komen tot een juiste jaarrekening van de vennootschap. Strikwerda meent dat goed bestuur een systeem van 'management control' zou moeten omvatten dat als functie heeft de strategie van de onderneming te vertalen in te realiseren doelen en inspanningen en de daarvoor benodigde middelenallocatie over activiteiten.
  4. Tenslotte meent Strikwerda dat de Code de psychologische inzichten miskent die spelen in het besturen van ondernemingen.

Wat mij betreft snijdt deze kritiek zeker hout, maar is er een gevaar om terecht te komen in een interdisciplinaire woordenstrijd. Strikwerda als organisatiewetenschapper versus de door het ‘accountantsjargon besmette’ code commissie.

Die commissie zal stellen dat de Code wel degelijk onderkent dat de onderneming een construct is, gericht op lange termijn waardecreatie en waarin stakeholders waarde scheppen en verdelen. Dat in een stelsel van corporate governance wel degelijk aandacht wordt besteedt aan de gedragswetenschappelijke kant van goed bestuur en dat risicomanagement ook gaat over het benutten van kansen.

Maar dat is gevat in een taal die Strikwerda associeert met beheersing en niet met besturen. De auteur en de commissie verstaan elkaars taal blijkbaar niet. Dit zie je ook regelmatig in de boardroom. De bestuursleden hebben ieder een andere context en refereren aan eigen paradigma’s en verstaan elkaar daardoor niet of nauwelijks.

Om dat te kunnen zien en te onderkennen is het aanbevelingswaardig deze geannoteerde versie van de Nederlandse Corporate Governance Code te lezen. Niet eenvoudig, maar doorzetters zullen het nut er van inzien.


Bron: nieuwsbrief Nyenrode Corporate Governance Instituut, oktober 2018.


Artikelen en columns gepubliceerd op de website en in de nieuwsbrief van het NCGI weerspiegelen niet per definitie een algemene visie van het NCGI, maar worden door auteurs op persoonlijke titel geschreven. Reageren kan via ncgi@nyenrode.nl.