Dik en transparant jaarstuk is vaak een façade voor de lelijke werkelijkheid

Op de lagere school speelden we op vrijdagmiddag een spelletje: twee leerlingen voor de klas en de juf die een sommetje opgaf. Degene die het eerst het juiste antwoord gaf mocht blijven staan. Meestal mocht ik beginnen – om de een of andere reden zat ik altijd vooraan – en ‘overleefde’ ik al mijn tegenstanders; de klas rond.

Ik heb altijd iets gehad met cijfertjes. Thuis keek ik in die tijd - jaren zeventig - met mijn moeder naar het programma ‘Cijfers & Letters’. Een tv-quiz waarbij je zo snel mogelijk sommen moest oplossen en lange woorden uit een reeks van letters moest samenstellen. Bij de sommetjes won ik, de woorden liet ik aan mijn moeder.

Mijn vader deed in die tijd iets met interne controle bij een bank. Wat dat ‘iets’ was wist ik toen nog niet precies. Maar ik kon hem wel vaak helpen om cijferopstellingen te controleren en de fouten daarin te corrigeren. Op het vwo waren wiskunde en de economische vakken bij mij favoriet. In het examenjaar adviseerde een docent mij te solliciteren bij de Belastingdienst: ‘Jij bent immers goed met cijfers’. En zo geschiedde (1985).

Nutteloze informatie

Met deze achtergrond zal het u wellicht niet verbazen dat ik uiteindelijk (1995) accountant ben geworden. Gelukkig kan ik tegenwoordig ook met letters en woorden overweg, wel zo handig als columnist en auteur van onderzoeksrapporten. Maar ook als gebruiker en lezer van jaarstukken, zij het dat ik deze steeds minder graag en vaak lees.

Waarom? Omdat jaarstukken te omvangrijk zijn geworden en te veel - vaak ook nutteloze en gedateerde - informatie zijn gaan bevatten. Het moet gezegd, wat erin staat is meestal keurig conform wet- en regelgeving. Vastgelegd in vuistdikke boeken, die het ook noodzakelijk en verplicht maken dat de jaarverslagen steeds dikker worden. Door een transparantievirus is echter wel informatie-obesitas ontstaan.

Aad Jacobs, voormalig topman bij onder meer ING, Shell en VNU, zei eens: ‘Als alles transparant is, zie je niets meer’. En dat is nou precies het gevoel dat mij bekruipt zodra ik jaarstukken doorneem: wat ik lees voldoet niet aan mijn informatiebehoefte en wat ik wil weten staat er slechts in bedekte termen, verstopt, verdicht of in het geheel niet in.

Creatief boekhouden

Door schade en schande wijs geworden, ben ik bovendien steeds sceptischer geworden. Zo vertrouwde ik als belegger op de mooie woorden van bestuurders en commissarissen alsmede op de goedkeuring van de accountant, maar kwam bedrogen uit toen de onderneming waarin ik belegde kort na openbaarmaking van de jaarstukken failliet ging. Menig belegger kan daarover meepraten.

Gereserveerder ben ik vooral geworden door de ervaringen die ik als rechercheur, forensisch accountant en onderzoeker in faillissementen en binnen het openbaar bestuur heb opgedaan. De dossiers, (concept-)documenten en het e-mailverkeer die in de genoemde hoedanigheden tot mij kwamen, leverden mij veel meer inzicht en kennis op dan de transparante jaarstukken van de organisaties waarnaar ik onderzoek deed.

Anders gezegd: te vaak zijn transparante stukken niet meer dan een façade. Een mooi aangezicht, waarachter een lelijke werkelijkheid schuilgaat. Een werkelijkheid waarin cijfers door creatief boekhouden en soms door fraude worden gemanipuleerd. Een werkelijkheid waarin letters en woorden een verhaal vertellen dat is gebaseerd op juridische constructies rond risico- en aansprakelijkheidsbeperking.

Bestuurders, commissarissen, accountants en hun juridisch adviseurs doen er driftig aan mee. Valt het hen te verwijten, als wandelaars in het woud van wet- en regelgeving? Indien ze zuiver compliant zijn, vermoedelijk niet. Maar wel als hun dossiers, (concept-)documenten en e-mailverkeer voor derden (belanghebbenden, onderzoekers, curatoren, handhavers, toezichthouders) ook transparant worden en deze stukken een duidelijk ander verhaal vertellen.

Enfin, jaarstukken. Als accountant heb ik er niet veel meer mee. Ik sluit me aan bij voormalig KPN-ceo Ad Scheepbouwer: ‘De tijd dat je op een avond een jaarverslag kon lezen, is voltooid verleden tijd. De huidige overkill aan gevraagde en geleverde informatie heeft een negatief effect op de statuur van je bedrijfsrapportage. Dat gaat veel verder dan alleen je verslag. Je bent gedwongen op heel veel manieren over heel veel onderwerpen verantwoording af te leggen. Alsof dat ertoe zou bijdragen dat bepaalde risico’s beperkt worden.’

Deze woorden uit 2008, zijn helaas steeds vaker waar.

Dit artikel is op zondag 11 augustus 2019 verschenen op FD.nl