De onnavolgbare newspeak als verweer tegen onaangename kritiek

De afgelopen weken is uitgebreid verslag gedaan van de zaak die Vestia tegen Deutsche Bank aanspande. De inzet: een schadeclaim van ruim €800 miljoen. Deutsche Bank zou Vestia hebben volgeladen met risicovolle derivaten die de corporatie naar de rand van de afgrond duwden. Beide partijen halen alles uit de kast om (on)schuld aan te tonen.

De media brengen smeuïge details naar buiten over de wijze waarop de bank tussenpersonen en een Vestia-medewerker in de watten legde. Van ‘smeren en fêteren’ in de vorm van drank, dure etentjes en luxe uitjes tot mogelijke omkoping in de vorm van excessieve commissiebetalingen. Woorden en kwalificaties die vertegenwoordigers van de bank wegwuiven: zij spreken liever over ‘entertainment’.

Koosnaampjes

De situatie doet me denken aan de periode 2002/2003. Toen mocht ik voor de Parlementaire Enquêtecommissie Bouwnijverheid werken. Ook daar werden verhoren afgenomen en werd het grote publiek getuige van sappige details over een cultuur van smeren fêteren, collusie en corruptie. Corruptie die in de bouwwereld overigens niet als zodanig mocht worden benoemd. Steekpenningen kregen vriendelijke koosnaampjes zoals ‘commissies’, ‘facilitating payments’ en het even treffende als lachwekkende predikaat ‘nützliche Ausgaben’. Orwelliaanse Newspeak, oftewel taal die is bedoeld ter bescherming van hetgeen door kritische geluiden van andersdenkenden wordt bedreigd.

Dergelijk taalgebruik – doorspekt met neutraliserende, dempende, vergoelijkende teksten – komen we vaker tegen: de bankwereld na de val van Lehman Brothers, de trustsector na het openbaar worden van de Panama Papers en de accountancysector na telkens terugkerende boekhoudschandalen.

Vaak vormt zulke taal bij mij de voedingsbodem voor lichte cynisme. Neem bijvoorbeeld de woorden van SBM-functionaris Sietze Hepkema. Hij was eerst advocaat en is nu commissaris bij SBM Offshore. Hepkema moest getuigen voor de rechtbank in een kwestie die draait om corruptiebetalingen door SBM Offshore. Het bedrijf liet er onderzoek naar doen door advocaten van De Brauw en accountant PwC.

Iedereen doet het

De resultaten van dat onderzoek zijn slechts beperkt openbaar gemaakt en het bedrijf werd beticht van ‘containment’; het inperken, beheersen en klein houden van een onderzoek. Niet alle feiten en omstandigheden op tafel, geen transparantie, maar het mondjesmaat voeden van de buitenwereld met het hoognodige. Hepkema ziet dat anders en spreekt voor de rechtbank over ‘een strategie van grondig onderzoek’ dat ‘gestructureerd, gefaseerd en ordelijk’ werd uitgevoerd. FD-journalist Carel Grol voegde daar vilein aan toe: ‘Dat was zijn definitie van containment’.

Het taalgebruik en de teksten waarop ik in deze column doel, betreffen niet zelden neutralisaties, rationalisaties en zelfgecreëerde werkelijkheden. Sociologen Sykes en Matza benoemen vijf technieken die daarvoor worden gehanteerd: ontkenning van (1) verantwoordelijkheid, (2) schade en (3) het slachtoffer, alsmede (4) het veroordelen van de veroordeelaars en (5) een beroep op hogere plichten of morele principes.

De eerste drie technieken kennen eenzelfde stramien: ‘iedereen doet het’ (bouwfraude, steekpenningen), ‘ik doe niemand pijn’ (handel met voorkennis), ‘zo gaat het in het buitenland nu eenmaal’ (steekpenningen). De vijfde neutralisatietechniek verwijst vaak naar overmacht: ‘als we het niet doen gaan we failliet’ of ‘ik draag de verantwoordelijkheid voor honderden werknemers en hun gezinnen’.

Licht cynisch

De vierde neutralisatietechniek is voor de brutalen, de straatvechters. Daarbij wordt het handelen, gezag, de autoriteit of zelfs de legitimiteit van bijvoorbeeld de wetgever of een toezichthouder aangetast. De recente hoorzitting in de Tweede Kamer met diverse multinationals over hun fiscale houding en gedrag is een prachtig voorbeeld. Waar politici spreken over ‘belastingontduiking’ of ‘ontwijkend gedrag’ stellen topbestuurders doodleuk ‘Jullie maken de wetten, niet wij. Alles wat wij doen valt binnen de internationale regels’.

Die bestuurders hebben vast gelijk, althans naar de letter van de wet. Maar handelen zij ook conform haar geest? En in welke mate hebben zij in deze bij hun afwegingen ‘hogere plichten of morele principes’ – de vijfde neutralisatietechniek – toegepast? De vertegenwoordiger van Shell was er in de Tweede Kamer duidelijk over: ‘het is de wet die bepaalt hoeveel belasting een bedrijf betaalt, niet de moraal’. Zulke woorden maken mij licht cynisch. Vooral als ik bestuurders hoor spreken over zaken als ‘toon aan de top’, ‘duurzaamheid’ of ‘corporate social responsibility’. Eerst zien en dan geloven.

Bron: nieuwsbrief Nyenrode Corporate Governance Instituut, juni 2019.

Deze column is ook gepubliceerd in Het Financieele Dagblad, ‘De onnavolgbare newspeak als verweer tegen onaangename kritiek', d.d. 16 juni 2019. 


Artikelen en columns gepubliceerd op de website en in de nieuwsbrief van het NCGI weerspiegelen niet per definitie een algemene visie van het NCGI, maar worden door auteurs op persoonlijke titel geschreven. Reageren kan via ncgi@nyenrode.nl.