De noodzaak van ‘mavericks’ in de sport.

Indian Summer

Bartel Berkhout over de noodzaak van “mavericks” binnen sport

Afgelopen maandagnamiddag zat ik met een klein groepje bevlogen sportcoaches- en ondernemers buiten op een terras - onder de warmte van een prachtige nazomer zon - te praten over de zin en noodzaak van veranderingen in sport(beleid). Meestal verzanden deze discussies in nietszeggende en weinig-concrete conclusies – waarbij het standaard rondje Sportakkoord, Sportraad en nieuwe governance en financieringsmodellen voor sport wordt bewandeld. Dit keer echter, nam de discussie een onverwachte, en bij nader inzien, zeer waardevolle wending.

Een van de aanwezigen had de dag ervoor een verkeerd woord ingetypt op Google search en stuitte hierdoor bij toeval op een oud sportbeleidsdocument: “De integrale interdepartementale sportnota uit 1996”, zeg maar het Sportakkoord van twintig jaar geleden. Hij had het document uitgeprint en overtuigde ons het te lezen.

En dat bleek de moeite meer dan waard. Afgezien van de prachtige inleiding over de “Speelse paradoxen van de sport afkomstig uit het sport-standaardwerk (en leesvoer voor alle sportliefhebbers) van Johan Huizinga “Homo Ludens” (1938),  gaf het lezen van de inhoud ook een ontnuchterend inzicht: de meeste ambities, beleidsthema’s en doelstellingen blijken nagenoeg identiek aan de ambities van het huidige sportakkoord. Het belang van vitale sportaanbieders, duurzame infrastructuur, inclusieve sport voor iedereen; het staat er allemaal goed verwoord in.

Bartel Berkhout

De vraag (en discussie) die dus meteen op het terras ontstond; wat is er eigenlijk in de afgelopen 22 jaar daadwerkelijk binnen sport echt veranderd? Ook hierbij bleek de nota uit 1996 een helpende hand te bieden; helemaal achterin het document waren twee toekomstscenario’s (bewust gepolariseerd) uitgeschreven over hoe het sport(beleid) in Nederland in het jaar 2021 eruit zou kunnen zien, afgezet tegen de brede maatschappelijke ontwikkelingen op dat moment.

En hier wordt het pas echt interessant; bepaalde elementen bleken zeer goed voorspeld en nu realiteit te zijn  (fragmentatie sportorganisaties, “ontsporting en versporting van sport”, toename van het aantal sportbeleid-instituten en andere aanbieders), terwijl andere elementen (significante toename algemene sportparticipatie, intensief sportonderwijs op scholen, terugtrekkende overheid en binnenhalen mega sportevent) gedeeltelijk of geheel niet zijn uitgekomen.

Scherper gesteld, het zijn vooral de sport-externe elementen die zijn uitgekomen in deze scenario’s, terwijl de elementen die door de sportwereld zelf beïnvloedbaar lijken te kunnen worden, niet of slechts gedeeltelijk zijn uitgekomen.Het enthousiasme op het terras nam hoorbaar toe: we hadden het gevoel het ei van Columbus bijna te pakken te hebben.

Sport en maatschappij veranderen dus op verschillende niveaus met verschillende (niet-lineaire) snelheden en met zeer wisselende voorspelbaarheid. Daar waar de buiten(sport)wereld snel lijkt te veranderen, lijkt het sportbeleid onveranderd hetzelfde te blijven.  Wat betekent dit voor de komende vijfentwintig jaar? Op wie en wat moeten we gaan letten en wat wordt de rol van de overheid hierbij?

Wat betreft de veranderende buitenwereld vormde het afgelopen weekend in ieder geval een goed voorbeeld: Terwijl de Kenyaanse hardloper Eliud Kipchoge het wereldrecord marathon verpulverde met (het niet voor mogelijk gehouden) 78 seconden, hielden op hetzelfde moment nooit eerder geobserveerde clustercyclonen vernietigend huis op meerdere plekken van het noordelijk halfrond.

Het voorbeeld maakt in ieder geval duidelijk dat bij het opstellen van een (sport) scenario voor 2042 (en we hopen dat dit ook gaat gebeuren) nadrukkelijk moet worden nagedacht over (onverwachte) sterke externe veranderingen en hoe hier op een goede en effectieve wijze op kan worden geanticipeerd. En vooral, hoe kan  worden geluisterd naar en geleerd  van partijen (bijvoorbeeld sport startups, wetenschappers en -voormalige- atleten) die dit mogelijk wel goed aanvoelen en er al op inspelen. 

Het zijn juist deze buitenpartijen “de mavericks”  die vaak als eerste een veranderde onderstroom signaleren en gedwongen worden hierop te anticiperen. Het zijn deze voorlopers, vaak geen onderdeel van structureel beleid en onafhankelijk opererend, die uiteindelijk vaak een grotere groep in beweging weten mee te krijgen. 

zwaluwzwerm

Het is te vergelijken met een zwaluwenzwerm: een grote groep vogels, die zonder één specifieke leider of structuur, toch plotseling, extreem gelijktijdig, van richting verandert. Het zijn de buitenste vogels in de groep – bewust van het gevaar om alleen te komen – die weer naar binnen komen en daarmee de aanzet geven voor een collectieve richtingverandering. Alle andere vogels houden deze buitenste mavericks in de gaten, zonder dat onderlinge coördinatie is.  

Omarm dus de mavericks; signaleer ze, probeer van ze te leren en geef ze de vooral ruimte om zich verder te ontplooien. Beleid maken waarbij alle vogels gecoördineerd een kant op gaan is ondoenlijk. Beleid dat erop gericht is om de buitenste vogels te herkennen en te volgen is veel effectiever.

Wat dat betreft was de sportnota 1996 met de toekomst scenario’s over een mogelijke rol van VWS in 2021 haar tijd ver vooruit:

De overheid (Minister van Sport) vervult de rol van libero, die niet passief ontwikkelingen afwacht en volgt, maar actief en initiërend zorgdraagt voor inhoudelijke en organisatorische innovatie. Ze is verantwoordelijk voor internationale en nationale coördinatie op sportgebied,  het genereren en verspreiden van kennis, het faciliteren van experimenten en het wegnemen van belemmeringen die het de spelende mens onmogelijk maken zich te ontplooien.

Op het terras waren we  het er roerend over eens dat “het faciliteren van experimenten” en het “wegnemen van belemmeringen” de gewenste en noodzakelijke ruimte kan gaan geven aan die bijzondere mavericks binnen de sport.

Het was een mooie nazomermiddag.

Dit artikel is ook verschenen op Sport Knowhow XL.
Nyenrode Business Universiteit biedt sinds twee jaar de opleiding Sport Leadership Program aan. Tijdens deze opleiding maken sportprofessionals kennis met een innovatieve denkwijze gecombineerd met een academische benadering omtrent leiderschap in sport. De kernvraag van het programma is geformuleerd als: 'hoe kunnen we jou helpen om een blijvende impact te maken in de sportwereld?'

Inmiddels hebben ruim vijftig deelnemers dit programma voltooid, waaronder directeuren en commissarissen van voetbalorganisaties, oud-wereld- en olympisch kampioenen, topcoaches, directeuren van wielerploegen en professionals met een andere sportachtergrond. De komende maanden zullen diverse docenten, alumni en partners van het programma worden geïnterviewd over het onderwerp ‘Nieuw leiderschap in sport’.