In de NCGI nieuwsbrief van september 2016 schreef NCGI-lid Herman Mulder over een veelvuldig door het NCGI bediscussieerd thema 'Making markets fit for sustainable and responsible purpose'. De column 'De nieuwe kleren van de CEO' was een eerste van een reeks. Deze keer is de beurt aan  drs. Tanja de Jonge en prof. dr. Ronald Jeurissen.

In de ontwikkeling van het Nederlandse denken over corporate governance zien we een toenemende aandacht voor belanghebbende partijen anders dan aandeelhouders en werknemers. In deze column presenteren wij, op basis van eigen onderzoek, een visie op de wijze waarop een onderneming op een zorgvuldige manier omgaat met belanghebbenden (stakeholders).

In de veertig aanbevelingen van de Commissie Peters (1997) en later in de Code Tabaksblat (2003) is niets over stakeholders terug te vinden: alle aandacht gaat uit naar aandeelhouders. Met de herziening van de Code in 2008 (Code Frijns) wordt dat anders.

“De Code gaat uit van het in Nederland gehanteerde uitgangspunt dat de vennootschap een lange termijn samenwerkingsverband is van diverse bij de vennootschap betrokken partijen. De belanghebbenden zijn de groepen en individuen die direct of indirect het bereiken van de
doelstellingen van de vennootschap beïnvloeden of er door worden beïnvloed: werknemers, aandeelhouders en andere kapitaalverschaffers, toeleveranciers, afnemers, de overheid en maatschappelijke groeperingen. Het bestuur en de raad van commissarissen hebben een integrale verantwoordelijkheid voor de afweging van deze belangen, doorgaans gericht op de continuïteit van de onderneming. Daarbij streeft de vennootschap naar het creëren van aandeelhouderswaarde op de lange termijn.”

Met de herziene Code van 2016 (Code Van Maanen) wordt de stakeholder-gerichtheid van de Code Frijns bestendigd en verder aangescherpt: “Daarbij streeft de vennootschap naar het creëren van waarde op de lange termijn. Stakeholders moeten erop kunnen vertrouwen dat hun belangen op zorgvuldige wijze worden meegewogen, omdat dit een voorwaarde is voor hen om binnen en met de vennootschap samen te werken.”



Het woord ‘stakeholder’ verschijnt hier voor het eerst sinds 1997 in de Nederlandse Corporate Governance Code.  Maar hoe doe je dat als onderneming; de belangen van stakeholders op een zorgvuldige manier meewegen? Wij pleiten voor een combinatie van ethische en strategische benaderingen.

In de afgelopen decennia zijn twee stakeholderbenaderingen tot ontwikkeling gekomen, welke zich in divergerende richtingen ontwikkelden. Strategisch management ging steeds meer het accent leggen op meetbare, winstgedreven ondernemingsdoelen als motief voor de omgang met stakeholders. Dit leidde tot een strategische stakeholderbenadering, met het economisch ondernemingsresultaat als uiteindelijk doel en richtsnoer, waarbij morele overwegingen secundair zijn. In de bedrijfsethiek kwam de nadruk vooral te liggen op het rekening houden met stakeholderbelangen, zonder economische motieven daarbij een rol te laten spelen. Stakeholders worden daarbij als een (moreel) doel op zichzelf gezien. De bedrijfsethiek keerde zich hierdoor sterk af van het strategisch en economisch denken. Deze divergentie tussen strategie en ethiek reflecteert het uiteengaan van (bedrijfs)economische en ethische beschouwingswijzen in de samenleving en in de wetenschap, waarbij de 'homo economicus' en de 'homo moralis' als twee van elkaar onafhankelijke en deels aan elkaar tegengestelde paradigma's worden voorgesteld. Dat is jammer, omdat beide perspectieven elkaar niet hoeven uit te sluiten en juist ook complementair aan elkaar kunnen zijn. Om dit te onderbouwen, baseren we ons op de ‘Discourse-ethiek’ van Habermas.

De beste manier om belangen van stakeholders op een zorgvuldige wijze te laten meewegen is volgens ons, in navolging van Habermas, deze stakeholders te laten meebeslissen over de besluiten die hen aangaan. Dat betekent dat de dialoog met hen dient te worden aangegaan. Mensen zijn immers experts in het onderkennen van hun eigen belangen, dus wanneer men rekening wil houden met de belangen van stakeholders, kan hun expertise worden gebruikt in de dialoog. Belangenbehartiging niet ‘voor’ maar ‘door’ de stakeholders.

In zijn Discourse-ethiek geeft Habermas een aantal beschouwingen over hoe dit concreet gestalte kan krijgen. De kern van de zaak is dat de onderneming en haar stakeholders met elkaar een dialoog aangaan waarin geen enkele partij en geen enkel argument op voorhand is uitgesloten en waarbij beslissingen worden genomen op basis van consensus. Hoe werkt dat?

Discourse-ethiek kent twee elementen: het discourse en het participatieve proces. Het discourse is een vorm van dialoog waarbij iedereen die de intentie heeft om tot consensus te komen kan deelnemen, onder gelijke omstandigheden en zonder dat deelnemers druk op elkaar uitoefenen. Het open karakter van het discourse leidt tot een diversiteit aan stakeholders, die ieder met hun eigen motieven en argumenten de dialoog instappen. Vanuit het gezamenlijke doel vast te stellen welke waarde de onderneming op lange termijn voor haar stakeholders moet realiseren, brengen de stakeholders zowel ethische (bijvoorbeeld mensenrechten) als economische (bijvoorbeeld rendement op investering) motieven samen in het discourse.

Wat de uitkomst is, wordt niet bepaald door het recht van de sterkste, maar gebeurt in het participatieve proces. Stakeholders wisselen argumenten uit, luisteren naar elkaar en baseren hun oordeelsvorming op de vergaarde informatie. De uitkomst van het discourse is consensus over de doelen van de onderneming en op welke wijze deze gerealiseerd worden. Dit is het normatief kader voor het handelen door het management. Hun opdracht is om de waarden uit het normatief kader zo goed mogelijk te realiseren. Een strategische aanpak tegenover andere partijen zal hiervoor zeker nodig zijn. Onze visie om op een zorgvuldige manier met stakeholders om te gaan omvat daarom zowel een ethische- als een strategische component, die samen een complete stakeholderbenadering vormen.

Door: drs. Tanja de Jonge RA RO CIA, Farfalla Services BV en PhD-kandidaat Nyenrode en prof. dr. Ronald Jeurissen, hoogleraar Bedrijfsethiek Nyenrode


Bron: Nyenrode Corporate Governance Instituut, nieuwsbrief juli 2017