Zin en onzin van een diploma voor toezichthouders

In Het Financieele Dagblad van 1 november 2017 riepen Hans Strikwerda en Jaap ten Wolde op om een curriculum op te stellen voor de opleiding van toezichthouders. Op 10 november meldden Pamela Boumeester en John Jaakke zich met de stelling dat het om de rechte rug gaat en dat daar geen diploma voor is. Beide stellingen behoeven aanvulling.

De economische organisatietheorie leert dat voor een professie waarbij het voor de leek lastig is vast te stellen of deze goed functioneert – omdat de kennis daartoe ontbreekt – ruwweg het volgende gebeurt: er komt een opleiding met diploma met daarop toezicht, gevolgd door een beroepsvereniging met beroepsregels, standaarden en een gedragscode, daarna volgt permanente educatieplicht en tot slot toezicht op het functioneren van de beroepsbeoefenaar met tuchtrecht. Zo ging dat met medici, accountants, notarissen, etc. Als we dus de stelling aanhangen dat toezicht houden een professie is dan weet u nu wat er zal gaan gebeuren. Delen van deze trits zijn al aanwezig; opleidingen, ja, met een grote variatie, verenigingen, her en der eisen zoals bij de financiële sector, opgelegd en gehandhaafd door DNB, en daarmee samenhangend een permanente educatieplicht. Ook bij woningbouwcorporaties en in de zorg zie je dezelfde ontwikkeling.

In onze ogen is het onvermijdelijk dat voor toezichthouders dit het pad wordt. Strikwerda en Ten Wolde hebben een punt. Overigens was het onthaal niet van alle opleidingen ijskoud zoals in hun artikel wordt gesteld. Uiteraard is het niet zo dat met zo’n opleiding alle problemen worden opgelost, zoals de genoemde voorbeelden van medici, accountants, notarissen, etc. ons leren. De rechte rug van Boumeester en Jaakke is overigens wel degelijk aan te leren dan wel te verbeteren al was het alleen maar dat een gebrek daaraan met enige regelmaat te wijten zal zijn aan gebrek aan kennis en inzicht. En nee, het diploma alleen is ook hiervoor geen garantie. Daar is meer voor nodig, maar dat meerdere is hiervoor al aangegeven.

Het is onze stellige overtuiging dat de wereld gediend is met een verdere professionalisering van toezicht, een goede opleiding is daarvoor de basis. Duidelijk is ook dat de grote diversiteit die er nu is onwenselijk is. De curricula, het aantal uren dat besteed wordt, wie de programma’s verzorgt, of er toetsing plaats vindt of het geleerde ook begrepen is, maakt het onmogelijk om eenvoudig vast te stellen of er enige gelijkwaardigheid is, laat staan een garantie op kwaliteit. Op Nyenrode doen we in ieder geval al vele jaren ons uiterste best om toezichthouders goed op te leiden en ook wij streven voortdurend naar de verbetering van vorm en inhoud van onze Commissarissencyclus. Alle hulp en inzichten zijn welkom en wij hopen dat deze discussie zich voortzet. Het belang van goed toezicht is groot; bijna dagelijks is in de krant te lezen dat er nog veel te leren valt.


Door: prof. dr. Leen Paape RA RO CIA en Ruud Kok RA

Bron: nieuwsbrief Nyenrode Corporate Governance Instituut, november - december 2017.

Artikelen en columns gepubliceerd op de website en in de nieuwsbrief van het NCGI weerspiegelen niet per definitie een algemene visie van het NCGI, maar worden door auteurs op persoonlijke titel geschreven. Wenst u te reageren dan kan dat naar ncgi@nyenrode.nl.