Belastingontwijking effectiever aanpakken met naming and shaming?

‘Multinationals zijn terughoudender met belastingontwijking, omdat zij bevreesd zijn voor hun reputatie’, stelt Philippe Albert, hoogleraar International Tax Law en docent in de deeltijd Master Fiscaal Recht bij Nyenrode. ‘Maatregelen tegen belastingontwijking zijn vooral zinvol in psychologisch en emotioneel opzicht, omdat het publiciteit genereert. Dat is belangrijker dan het juridische effect, want het is onmogelijk elk lek te dichten.’

Onlangs deed een parlementaire commissie onder leiding van Henk Nijboer onderzoek naar belastingontduiking en -ontwijking. De commissie concludeerde dat belastingadviseurs en trustkantoren alleen naar de letter van de wet handelen en niet naar de geest van de wet. Albert legt uit: ‘Het is belangrijk onderscheid te maken tussen belastingontduiking en belastingontwijking. Belastingontduiking is een overtreding van de belastingwet. Dit is strafbaar en leidt, mits ontdekt, tot een geldboete of gevangenisstraf. Voor belastingontduiking is geen wetswijziging nodig. Ook belastingadviseurs kunnen beboet worden als zij medepleger of medeplichtige van belastingontduiking zijn. Bij belastingontduiking gaat het vaak om het voor de fiscus verzwijgen van inkomsten of bezittingen. ’

Meer ontwijking dan ontduiking
‘Belastingontduiking komt bij grote bedrijven nauwelijks voor, omdat zij zich geen strafrechtelijke risico’s kunnen veroorloven’, vertelt Albert. ‘Multinationals respecteren de wet; wel maken zij gebruik van de mogelijkheden die de wet biedt. Belastingontwijking is niet strafbaar. Het is vaste jurisprudentie van de Hoge Raad en het Luxemburgse Hof van Justitie dat belastingplichtigen de fiscaal voordeligste weg mogen kiezen. Vooral internationale bedrijven hebben veel mogelijkheden om vennootschapsbelasting te ontwijken. Dat komt omdat de fiscale regels van landen verschillen. Stel dat een moedermaatschappij in Frankrijk  geld verstrekt aan haar dochtermaatschappij in Nederland. Dan is het denkbaar dat Frankrijk de geldverstrekking als eigen vermogen ziet en Nederland als vreemd vermogen (lening) met als gevolg dat de rente in Nederland aftrekbaar is en in Frankrijk niet belast. Ook komt het voor dat het ene land een entiteit (bijvoorbeeld een vennootschap onder firma) als zelfstandige entiteit belast, terwijl het andere land diezelfde entiteit als transparant ziet (en alleen de firmanten belast). Ook hierdoor kunnen fiscale voordelen ontstaan. Bedrijven die grensoverschrijdend opereren, hebben meer mogelijkheden om van verschillen in regels te profiteren dan bedrijven die binnen de landsgrenzen blijven.’

Handhaving of zelfregulering
Volgens Albert is het tegengaan van belastingontwijking door het dichten van lekken moeilijk: ‘Enerzijds ontstaat het risico van overkill (dubbel belasting betalen en forse administratieve lasten), anderzijds ontstaan onherroepelijk nieuwe ontwijkingsroutes.’ Hoewel onsympathiek, zou naming and shaming binnen het publieke debat wel eens effectiever kunnen zijn: ‘Verhalen over belastingontwijking leiden tot verontwaardiging in de media. Daardoor worden multinationals terughoudender, want ze zijn bevreesd voor hun reputatie.’

Brievenbusmaatschappijen
Nederland staat internationaal in een kwaad daglicht, omdat er veel geld stroomt door Nederlandse brievenbusmaatschappijen. ‘Vanuit Nederlands perspectief is de doorstroompraktijk legaal: Nederland kent van oudsher geen bronheffing op rente en royalties en maar in beperkte mate op dividend. Dat is de reden dat geld van een dochtermaatschappij in land A (rente, royalty of dividend) naar een moedermaatschappij in land B vaak via een vennootschap (tussenhoudster) in Nederland wordt geleid. Ons land verdient aan het gunstige belastingklimaat, maar land A (in dit voorbeeld) kan de dupe zijn (namelijk als land A een bronheffing heeft op rente, royalty of dividend  en land A die bronheffing moet verminderen wegens een belastingverdrag tussen land A en Nederland).’

Fiscale concurrentie tussen landen
‘Wat de strijd tegen belastingontwijking bemoeilijkt’, aldus Albert, ‘is dat landen met name op het gebied van de vennootschapsbelasting regelmatig met elkaar concurreren. Een voor een bedrijf gunstige regeling op het gebied van de vennootschapsbelasting levert het desbetreffende land dan weinig of geen vennootschapsbelasting op, maar wel werkgelegenheid (en daarmee loon- en inkomstenbelasting).’ Als voorbeeld noemt Albert het Israëlische chemieconcern ICL, dat recentelijk koos voor een hoofdkantoor in Amsterdam. ‘Multinationals shoppen in Europa. Dan kiezen ze bijvoorbeeld tussen Luxemburg, Zwitserland en Nederland.’

Maatregelen
Er zijn diverse Europese maatregelen om belastingontwijking te voorkomen, zoals de ATAD (Anti Tax Avoidence Directive). ‘Iedere lidstaat moet zich daaraan houden’, vertelt Albert. ‘Zo is een beperking voor de renteaftrek vastgesteld. Verder komt er een UBO-register, waarin wordt vastgelegd wie de belanghebbenden achter rechtspersonen zijn. Zo ontdek je welke personen welk vermogen hebben. Dit is een anti-witwasrichtlijn.’ Tegelijkertijd verwacht Philippe Albert niet dat Nederland het braafste jongetje van de klas zal worden: ‘Het standpunt van de regering is dat internationale belastingontwijking in internationaal verband bestreden moet worden, niet eenzijdig. Nederland werkt mee, als ook de andere lidstaten meedoen.’


Deeltijd Master Fiscaal Recht

Met de deeltijd Master Fiscaal Recht ontwikkel je jezelf tot een fiscale professional op academisch niveau. Door de combinatie van theorie, praktijk en persoonlijke vorming ontwikkel je jezelf tot een bevlogen professional die zijn rug recht weet te houden binnen de complexiteit en verschillende belangen in de fiscale sector. Voor meer informatie of een intakegesprek bel je met Anja van der Laars: 0346-295742. Meld je aan voor de belevingssessie op 14 november.

Philippe Albert
Philippe portret
Since 2005 Philippe Albert is Professor of International Tax Law at Nyenrode Business Universiteit. After his Master’s degree in fiscal economy in 1985 in Groningen Philippe worked during 12 years for the Inland Revenue of which 9 years as a Corporate Tax Inspector and 3 years as a teacher in the Tax College of the Ministry of Finance. In 1995 he wrote his PhD thesis and in 1997 he became LLM. Kijk hier voor meer informatie.