Het Openbaar Ministerie heeft een transactie (schikking) aangeboden aan een organisatieonderdeel van KPMG. Dit in verband met het verwijt dat door het opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiften (periode 2009-2011) en het valselijk opmaken van stukken ten onrechte een fors belastingvoordeel door KPMG is behaald. KPMG heeft de aangeboden transactie geaccepteerd en betaalt een boete van € 8 mln. Bovendien zullen vijf betrokkenen door het OM worden gedagvaard.

Het gaat mij ditmaal niet om de inhoud van deze zaak. Ook niet om het fraudepatroon, de betrokkenen en de moraliteit van handelen. Evenmin ga ik in op de opmerkingen die het OM maakt over de ‘maatschappelijke voorbeeldfunctie’ van KPMG als ‘prominente accountantsorganisatie’. Niet dat het geen onderwerpen betreft die het bespreken waard zijn, integendeel zelfs.

Maar ik wil graag de aandacht richten op een ander aspect en een compliment uitdelen aan het OM. Daarmee kom ik terug op een eerder, minder complimenteus stuk dat ik schreef toen het OM een transactie met de Rabobank sloot in verband met de Libor-affaire. Toentertijd (oktober 2013) werd een persbericht uitgebracht waarin kort gewag werd gemaakt van ‘ontoelaatbare (pogingen) tot beïnvloeding van rentetarieven’ door onder meer de Rabobank. Mijn kritiek was dat uit het persbericht noch uit andere openbaar gemaakte documenten exact bleek van welke strafbare feiten het OM de bank verdacht. Met andere woorden: waarom en op basis waarvan precies werd de transactie ten bedrage van € 70 mln aangegaan?

Soortgelijke kritiek kwam er van meerdere kanten. Van het OM mag worden verwacht dat in een dergelijke, maatschappelijk gevoelige fraudezaak in het openbaar en transparant verantwoording wordt afgelegd over het waarom van een transactie. Belanghebbenden, pers en politiek moeten zich een mening kunnen vormen over onder meer de aan de orde zijnde strafbare feiten, het feitencomplex, het al dan niet vervolgen van betrokkenen, de veroorzaakte (maatschappelijke) schade en het bedrag dat met de transactie is gemoeid.

Na de Rabobank-kwestie communiceerde het OM al een stuk ruimhartiger toen het transacties sloot met Vimpelcom en SBM Offshore. Duidelijk werd welke strafbare feiten aan de orde waren en in enkele pagina’s werd het feitencomplex weergegeven. De met de transacties gemoeide bedragen werden duidelijk gemotiveerd. Het OM handelt met de KPMG-transactie van deze week wat mij betreft helemaal volgens het boekje. In het persbericht wordt bijvoorbeeld duidelijk ingegaan op een eerdere transactie die met KPMG in het kader van een corruptieaffaire bij Ballast Nedam werd gesloten. Uitgelegd wordt waarom er in juridische zin, hoewel KPMG voor de tweede maal in een transactie wordt betrokken, geen sprake is van recidive. De ‘best practice’ is wat mij betreft echter vooral gebaseerd op het inzicht dat ten aanzien van de casus wordt verstrekt in het veertien pagina’s tellende feitenrelaas. Daarin wordt een technisch lastige kwestie goed uiteengerafeld en uitgelegd. Er wordt zelfs ingegaan op een mogelijk motief voor de fiscaal gedreven handelwijze.

Na lezing van alle openbaar gemaakte feiten resteren echter nog wel belangrijke vragen: zou KPMG de enige organisatie zijn geweest die een dergelijke fiscaal gedreven constructie heeft toegepast? Ook andere grote dienstverleners hebben fiscalisten aan zich verbonden of ingehuurd. Wat hebben die fiscalisten geadviseerd? Zijn er constructies zoals die bij KPMG opgezet bij de kantoorkolossen aan de Amsterdamse Zuidas, in Utrecht, Rotterdam en Den Haag?

Het zijn vragen uit nieuwsgierigheid. Maar ook uit verwondering: waarom verhuizen accountants, belastingadviseurs, consultants en aanverwanten periodiek van het ene naar het andere pand? Welke rol spelen eigendoms- en partnerstructuren daarbij? Het zijn ook vragen die voortkomen uit gesprekken met betrokkenen uit de genoemde sectoren. Menigmaal heb ik stoere verhalen gehoord, die erop neer kwamen dat zij meer verdienden met dergelijke onroerend goedtransacties dan met controleren en adviseren. Ook circuleren verhalen over het wegsluizen van behaalde transactiewinsten naar buitenlandse bankrekeningen.

Kortom: ik zie aanleiding om op basis van het voorgaande enkele hypotheses op te stellen en een feitenonderzoek te doen. Het door het OM verstrekte inzicht in de door KPMG opgezette constructie maakt immers dat we zeker niet kunnen uitsluiten dat ook anderen denken de fiscus met vastgoedconstructies te slim af te kunnen zijn.

Bron: Nyenrode Corporate Governance Instituut, nieuwsbrief juli 2017


Deze column is eerder gepubliceerd in Het Financieele Dagblad, 'OM handelt nu met schikking KPMG wél helemaal volgens het boekje' d.d. 19 juli 2017.
 
Artikelen en columns gepubliceerd op de website en in de nieuwsbrief van het NCGI weerspiegelen niet per definitie een algemene visie van het NCGI, maar worden door auteurs op persoonlijke titel geschreven. Wenst u te reageren dan kan dat naar ncgi@nyenrode.nl.