Stimuleringspakketten tijdens de COVID-19 crisis

Overheden hebben enorme stimuleringspakketten in de steigers gezet om consumenten en bedrijven te helpen. Het is ingewikkeld om de precieze grootte van het totaalpakket in kaart te brengen, maar in algemene termen kunnen de maatregelen verdeeld worden in directe overheidsstimulering en lening garanties. Directe steunmaatregelen zijn extra overheidsuitgaven, belastingverlagingen en directe steun.

De lening garanties leiden niet tot een direct beslag op de overheidsbegroting, maar zijn een vorm van verzekering. Als bijvoorbeeld een bank haar lening niet meer terug kan vorderen vanwege een bedrijfsfaillissement, staat de overheid (gedeeltelijk) garant en zal de bank (deels) worden gecompenseerd. Een dergelijke garantstelling heeft het voordeel dat banken eerder bereid zijn leningen te verstrekken in onzekere tijden. De garantstellingen zijn enorm omvangrijk, maar worden pas zichtbaar bij wanbetaling. Daarom wordt in het overzicht hieronder alleen gekeken naar de directe overheidsstimulering. 

Overheidsuitgaven of belastingverlaging

In principe moeten de overheden van de Eurozone landen zich houden aan de begrotingsregels zoals deze zijn vastgesteld in het Verdrag van Maastricht. De lidstaten mogen geen tekort van meer dan 3 procent van het BBP hebben en de schuld mag slechts onder bepaalde voorwaarden hoger zijn dan 60 procent van het BBP. Deze belemmeringen zijn echter in maart 2020 weggenomen met behulp van een algemene ontsnappingsclausule. Overheden van de Eurozone lidstaten zijn dus vrij om stimuleringspakketten uit te rollen. De keuze voor overheidsuitgaven of belastingverlaging is afhankelijk van het verwachte effect. Frankrijk heeft bijvoorbeeld vooral gekozen voor extra overheidsuitgaven, terwijl Duitsland zich vooral heeft gericht op belastingverlaging. De Verenigde Staten heeft gezocht naar een combinatie van beiden.  

Noodloket

In Nederland ontvangen bedrijven een tegemoetkoming van maximaal 90% van de loonsom van de werknemers. Daarnaast is er een noodloket geopend voor een tegemoetkoming  voor kleine ondernemers en zelfstandigen. De belangrijkste maatregel uit het stimuleringspakket in Duitsland is de verlaging van de btw. In de Verenigde Staten zijn verschillende stimuleringspakketten uitgerold waarbij zowel de consument (eenmalige uitkering van 1200 dollar per persoon) als het bedrijfsleven (belastingverlaging) worden geholpen. Zo zien we een scala van directe overheidssteun. In onderstaande tabel wordt een indruk gegeven van de grootte van de stimuleringspakketten in diverse landen. Zoals gezegd; het is ingewikkeld om de precieze grootte te duiden, maar het overzicht is een poging om de combinatie van extra uitgaven, belastingverlaging en directe steun te relateren aan de totale productie (en inkomen) in het betreffende land. 

Stimuleringsmaatregelen

(*) als gevolg van COVID-19 als percentage van BBP (**)

Japan 19%
Verenigde Staten 12%
Australië 10%
Canada 10%
India 10%
Duitsland 9%
Nederland 5%
China 3%

(*) Stand van zaken tot begin juni 2020. (**) Het stimuleringspakket van 2020 is gerelateerd aan het BBP van 2019 vanwege de onzekerheid over het BBP van 2020. Bron: IMF (2020)

De huidige overheidsstimulering is, met uitzondering van China, in alle landen (veel) groter dan het stimuleringspakket tijdens de financiële crisis van 2008-2009. Vooral de grootte van het Duitse steunpakket is fors te noemen. Hoewel niet aangegeven in de tabel, valt op dat de stimuleringspakketten van zwaar getroffen landen als  Spanje en Italië weliswaar (licht) groter zijn dan tijdens de 2008-2009 crisis, maar beduidend minder groot zijn dan de verwachte economische effecten. Zo verwacht  het IMF een economische krimp van 9% in Italië in 2020, terwijl de directe steunmaatregelen 'slechts' 2% van het BBP bedragen. Ook het Nederlandse directe stimuleringspakket van 5% van het BBP ligt lager dan de verwachte krimp van de economie in 2020 (7,5%). De achtergrond van deze keuze voor relatief lage steunbudgetten is dat er, naast nationale stimuleringspakketten, ook nog directe steun komt vanuit het EU-herstelfonds waar  tijdens het weekend van 19 juli jl. overeenstemming over is bereikt.

Herstelfonds

Het COVID-19 herstelfonds bestaat uit 750 miljard euro waarvan de helft wordt verstrekt in de vorm van subsidies die niet terugbetaald hoeven te worden; mits de giften worden gebruikt voor hervormingen op het gebied van energieconsumptie en de arbeidsmarkt.  Deze 750 miljard euro is 5.8% van het totale EU BBP, maar als we kijken naar de allocatie van de gelden, zijn het voor individuele landen enorme extra steunpakketten. Zo ontvangt Spanje vanuit de EU directe steun 12% van haar BBP en de EU-steun aan Italië is omgerekend 9% van het Italiaanse BBP. Nogmaals, dit geld komt boven op de nationale begrotingen. 

Prof. dr. Haico Ebbers is hoogleraar Internationale Economie aan Nyenrode Business Universiteit. Hij schreef eerder een artikel over de rol van nationale overheden tijdens de COVID-19 crisis. 

Dit artikel is onderdeel van het L.E.S. in crisis kennisplatform. Een platform waar we kennis en kunde delen om leiders en professionals van organisaties te helpen in tijden van crisis.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Nyenrode deelt kennis om leiders en professionals te helpen tijdens de coronacrisis. Abonneer je op L.E.S. in crisis.