De toekomst van onderwijs: alles is vloeibaar

In een wereld waarin op elk moment dingen kunnen veranderen, moeten instellingen voor hoger onderwijs klaar staan om zich aan te passen.

We leven in een tijd waarin we bestaande structuren, patronen, gedragscodes, regels en instellingen zien verdwijnen. Ooit waren zij het fundament waarop de samenleving was gebouwd en een leidraad voor menselijk gedrag. De socioloog Zymunt Bauman (1925–2017),beschreef dit fenomeen in zijn boek Vloeibare Moderniteit. Vloeistoffen worden gekenmerkt door hun ultieme beweeglijkheid. Zij stromen overal door en langs en passen zich met behoud van het volume aan structuren aan. Daarom staat ‘vloeibaar’ hier voor aanpassingsvermogen, flexibiliteit en plooibaarheid. Onze wereld is op vele gebieden vloeibaar geworden, bijvoorbeeld op het vlak van economie, maatschappij, geopolitiek, milieu, technologie en ook onderwijs.

COVID-19 heeft ertoe geleid dat ook ons leven een stuk vloeibaarder is geworden en veel van onze plannen en voorspellingen irrelevant zijn geworden. We zijn aangekomen bij een “lege pagina, voor een nieuw begin”, aldus trendwatcher Li Edelkoort.

Maar zelfs vóór de pandemie waren ons werk en onze carrière al vloeibaar. Terwijl mensen langer leven en ook langer werken, hebben bedrijven een steeds kortere levensduur. Mensen veranderen om deze reden tijdens hun werkzame leven regelmatig van baan. Elke keer wanneer ze een nieuwe stap maken – van student naar werknemer, naar opdrachtgever, naar leider en uiteindelijk part-time gepensioneerde – moeten ze nieuwe competenties ontwikkelen.

Ondanks deze vloeibare tijden blijven instellingen voor hoger onderwijs op een manier werken die Bauman ‘solide moderniteit’ noemt. De manier waarop universitair onderwijs is georganiseerd en wordt uitgevoerd, is in de laatste 50 jaar amper veranderd. Schoolverlaters kiezen een studie die drie tot vier jaar duurt en die een specifiek vakgebied beslaat. Ze wonen in een studentenhuis of op een campus, volgen colleges, lezen boeken, doen examens en beginnen na het afstuderen aan hun loopbaan. Ook volwassenen die willen bij- of omscholen, doen dat in een grotendeels traditionele, leer omgeving.

COVID-19 heeft ons twee dingen duidelijk gemaakt: ten eerste dat dit bovengenoemde model niet te handhaven is in een moderne wereld die elk moment zo op zijn kop kan komen te staan. En ten tweede dat instellingen voor hoger onderwijs zich snel en ingrijpend kunnen aanpassen als dat moet. Wat we door het virus wel hebben geleerd is dat instellingen voor hoger onderwijs een vloeibaar leermodel moeten ontwikkelen. En haast is geboden. 

Vijf kenmerken

Vloeibaar onderwijs is een compleet, allesomvattende en interactieve leerervaring. Het voegt klassikale en digitale onderwijssystemen op innovatieve samen, zodat studenten, waar ter wereld ze zich ook bevinden en wat hun situatie ook is, de beste kwaliteit onderwijs krijgen, zolang ze de daarvoor benodigde technologie tot hun beschikking hebben. Vloeibaar onderwijs, waarbij de nadruk ligt op ervaringsleren, kan een zeer rijke leerervaring bieden en berust op vijf kenmerken:

1. Meerdere kanalen

Omdat lesmateriaal via meerdere kanalen wordt aangeboden, is het mogelijk om altijd en overal interactief te leren. Of studenten nu klassikaal les krijgen, online lessen volgen of beide. Universiteiten en hogescholen die onderwijs via meerdere kanalen aanbieden, kunnen makkelijk tussen die kanalen schakelen en zo hun studenten een dynamische leerervaring bieden – zelfs als zich plotseling noodsituaties voordoen. Leren via meerdere kanalen is daarom ‘vloeibaar’.

Maar om online of hybride leerervaringen aan te kunnen bieden, moeten universiteiten hun collegezalen aanpassen en uitrusten met technologie die de interactie tussen studenten versterkt, of ze het college nu fysiek of online bijwonen.

Vloeibaar onderwijs is breed en interactief

Tijdens de coronacrisis maakten docenten over de hele wereld kennis met nieuwe manieren om met behulp van technologie les te geven. Dankzij de chatfunctie konden ze persoonlijke feedback geven in een privégesprek, enquêtes gaven inzicht in de meningen van hun studenten en met ‘break-out rooms’ konden ze studenten de mogelijkheid bieden om in groepjes samen te werken en te overleggen. Daarnaast konden ze op deze manier ook brainstormen, aantekeningen maken op ‘digitale’ whiteboards, leerstof delen via video, hun scherm delen met studenten om ideeën te verzamelen en de studenten zelfs online overhoren.

2. Actief en sociaal

Een vloeibare leeromgeving biedt studenten een actieve en sociale ervaring die zowel hun cognitieve als emotionele ontwikkeling stimuleert. Als studenten actief aan het leren zijn, werken ze samen, kijken ze wat anderen doen, geven en ontvangen ze feedback en denken ze na over wat ze hebben geleerd. Sociaal leren zorgt ervoor dat studenten een band met elkaar opbouwen.

Actief en sociaal onderwijs wordt verrijkt door groepsopdrachten en groepsgesprekken, individuele opdrachten, multimedia-opdrachten, simulaties, practicums, rollenspellen, presentaties, netwerkevenementen, discussies, debatten, evaluaties en feedback door medestudenten. Ook wordt steeds meer ‘game-based learning’ toegepast om studenten bij de lesstof te betrekken. Actief en sociaal onderwijs geeft studenten een beter inzicht in abstracte begrippen en stimuleert zowel het kortetermijn- als het langetermijngeheugen. Studenten verwerven kennis, ontwikkelen vaardigheden en leren anders denken.

3. Praktijkgericht

Omdat de echte wereld vloeibaar is, moeten studenten oude gewoonten afleren en nieuwe aanleren. Door middel van concrete, praktijkgerichte en actieve leermethoden  ontwikkelen studenten specifieke vaardigheden, leren ze problemen op te lossen, ontwikkelen en oefenen ze die nieuwe vaardigheden en creëren en delen ze nieuwe kennis. Met deze nieuwe kennis en vaardigheden kunnen studenten zelf weer veranderingen en innovaties doorvoeren en samen nieuwe kennis en inzichten ontwikkelen.

Omdat COVID-19 de digitalisatie in de ‘echte’ wereld versneld heeft, zullen studenten die lessen met online componenten volgen waardevolle studievaardigheden ontwikkelen. Zo leren ze bijvoorbeeld digitale technologieën te gebruiken en in virtuele teams samen te werken en problemen op te lossen.

4. Persoonlijk

Studenten hebben tegenwoordig alle aspecten van hun leven zelf in de hand, van hoe ze hun koffie bestellen tot hoe ze het nieuws tot zich nemen. Het is dus geen verrassing dat ze ook verwachten dat ze de manier waarop ze onderwijs volgen, kunnen personaliseren, om aan hun unieke behoeften en ambities te voldoen. Personalisatie stelt studenten in staat om overal en op elk moment te leren, via hun favoriete medium, in hun eigen tempo, met medestudenten en een mentor die ze zelf uitkiezen en volgens de methode die voor hen het beste werkt.  

Zo kan een student uit Nederland bijvoorbeeld online, part-time colleges in Azië volgen. Hij ontmoet andere internationale studenten in virtuele klaslokalen, waar ze samen les krijgen van een hoogleraar en een CEO. De student leert door te doen, en werkt aan échte problemen.

Sommige universiteiten en hogescholen boden in het verleden weliswaar al enkele van deze maatwerkoplossingen aan, maar tijdens de coronacrisis hebben we ervaren dat een veel bredere uitrol noodzakelijk is. Maatwerk stelt studenten in staat om gewoon door te blijven leren ondanks reisverboden of als zich andere onvoorziene gebeurtenissen voordoen.

Gepersonaliseerd onderwijs is niet alleen belangrijk in een vloeibare wereld, maar stimuleert de betrokkenheid van studenten, wat weer de motivatie vergroot waardoor academische doelen worden behaald. Hoewel onderwijsinstellingen nog wat huiverig zijn wat uitgebreide personalisatie betreft, is dit met big data en kunstmatige intelligentie goed te realiseren.

Met gepersonaliseerd onderwijs kan een student overal en altijd elk gewenst leertraject volgen.

5      Topkwaliteit

Of universiteiten nu online of klassikaal onderwijs aanbieden, de leerervaring van de student hangt af van de kwaliteit van de lesgevenden. En om die kwaliteit te kunnen leveren, moeten lesgevenden stevig op twee benen staan. Het ene been staat voor de jarenlange, relevante ervaring die ze hebben op basis van het vele onderzoek dat wordt gedaan en hun academische voortrekkersrol. Het andere been staat voor hun vaardigheid om kennis door te geven, gebaseerd op pedagogische kennis en ervaring, begrip van effectieve lesmethoden voor verschillende soorten publiek en kennis van lesondersteunende technologie. De beste onderwijsinstellingen inspireren studenten om hun studie met intellectuele nieuwsgierigheid te benaderen, waardoor zij de rest van hun leven vloeibaar willen blijven leren.

Om de kwaliteit van hun onderwijs te stimuleren, is het nodig dat universiteiten en hogescholen continu hun eigen medewerkers laten bijleren en feedback vragen van studenten. faculteitsmedewerkers en docenten. Gewenst gedrag moet duidelijk worden beloond en erkend. Er moet een flexibel onderwijsmodel worden ontwikkeld, met een mix van verschillende profielen van lesgevenden waarbij de vaardigheden van onderzoekers, hoogleraren, gastdocenten, experts, begeleiders, mentoren, onderwijsassistenten en gastsprekers ten volste worden benut.

Onderwijs van de toekomst

De toekomst van onderwijs is vloeibaar, dynamisch, veelzijdig, realistisch, persoonlijk en boeiend. Het gaat erom een zo rijk mogelijke ervaring te bieden: binnen en buiten de collegezaal, sociaal en individueel, globaal en lokaal, actief en reflectief, cognitief en emotioneel, professioneel en persoonlijk, fysiek en digitaal – en dit alles ondersteund met hoogwaardig onderzoek en onderwijs.

Hoewel we al langer toewerken naar deze nieuwe manier van leren, heeft de coronacrisis de transitie urgenter gemaakt. De pandemie heeft aangetoond dat universiteiten en hogescholen de ‘vloeibare moderniteit’ moeten omarmen, niet alleen om een volgende crisis aan te kunnen, maar ook om studenten te kunnen voorbereiden op de diverse carrièrepaden die ze in hun lange beroepsleven kunnen gaan bewandelen.

Prof. dr. Nick van Dam is hoogleraar Leren & Ontwikkelen aan Nyenrode Business Universiteit. Hij is ook hoogleraar en lid van het college van bestuur van IE Universiteit (Madrid) waar verantwoordelijk is voor onderwijsinnovatie. Op Nyenrode verzorgt hij onder meer de ‘International Masterclass L&D Leadership.’

Prof. dr. Noëmie Le Pertel geeft ook les aan de ‘International Masterclass L&D Leadership’ op Nyenrode en is parttime verbonden als adjunct professor aan IE University in Madrid. Zij is oprichter van “The Empowered Wellness and Center for Positive Leadership’ in New York.  Samen met Nick van Dam is ze Academisch Directeur van de ‘IE Exective Master in Positive Leadership and Transformation’. 

Dit artikel is onderdeel van het L.E.S. in crisis kennisplatform. Een platform waar we kennis en kunde delen om leiders en professionals van organisaties te helpen in tijden van crisis.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Nyenrode deelt kennis om leiders en professionals te helpen tijdens de coronacrisis. Abonneer je op L.E.S. in crisis.