Weten wat wanneer van belang is!

Eind 2018 publiceerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid haar rapport “Bouwen aan Constructieve Veiligheid”. Aanleiding was de instorting van een deel van het parkeergebouw nabij Eindhoven Airport in april 2017. Het nieuws van dit rapport richtte zich echter niet zozeer op deze instorting, maar op het patroon dat bij dergelijke incidenten naar voren komt. De Onderzoeksraad geeft aan dat ‘Partijen in de sector meer bezig lijken te zijn met het afwentelen van de schuld dan dat zij centraal stellen wat zij zelf kunnen bijdragen aan het verbeteren van de veiligheid’. Daarmee adresseert dit rapport een belangrijk corporate governance vraagstuk dat zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers in de bouw een pijnlijke spiegel voorhoudt.

Waar ik echter bang voor ben is dat dit weer tot meer beheersing, controle en bureaucratie  leidt. De bekende reguleringsreflex. En het is maar de vraag of dat effectief is. Volgens de theorie van markttransformatie verloopt de integratie van een duurzaamheidsthema in de markt altijd via vier opeenvolgende fasen. Een goede toezichthouder weet welke vragen bij welke fase horen. Laten we dit maar eens toepassen op de bouw als markt.

Markttransformatie

Fase 1 van markttransformatie richt zich op de pilots en experimenten om te leren hoe een duurzaamheidsthema kan worden opgepakt. In de bouw geldt dit bijvoorbeeld voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen (SDG-5)*. Dit beleidsthema staat nu na veel debat op de agenda en via allerlei, vaak gesubsidieerde, pilots worden zaken in beweging gebracht. Voor beleidsthema’s in deze beginfase past het voor toezichthouders om vragen te stellen zoals “Wat hebben we inmiddels geleerd over dit thema?” en “Hoe leren wij eigenlijk?”.

Fase 2 van martktransformatie richt zich op het koppelen van duurzaamheid aan het onderscheidend vermogen van bedrijven. Duurzaamheid wordt onderdeel van de concurrentie tussen bedrijven, waardoor bedrijven beloond worden als zij hier in aantoonbaar uitblinken. In de bouw geldt dit nu bijvoorbeeld voor circulair bouwen (SDG-12). Vragen voor de toezichthouder voor beleidsthema’s die in deze fase zitten zijn: “Hoe onderscheiden wij ons op dit thema?” en “Hoe zeker weten we dat we dit beter doen dan onze concurrenten?”.

Fase 3 van markttransformatie richt zich op het pre-competitieve samenwerken. Duurzaamheid gaat immers over onze maatschappelijke vraagstukken waar we een gemeenschappelijk belang bij hebben. Dat vereist samenwerking om tot betere, ketenbrede oplossingen te komen. Voor de bouw geldt dit bijvoorbeeld voor de Green Deals en het betonconvenant rond de energietransitie (SDG-13). Toezichthouders dienen bij een beleidsthema in deze derde fase vragen te stellen als “Wat is onze visie op waar de gehele sector zich naartoe dient te bewegen?” en “Op welke punten kunnen we samenwerken met onze concurrenten en waarop willen we ons onderscheiden?”.

Fase 4 van markttransformatie richt zich op volledige institutionalisering. Veiligheid is een typisch voorbeeld van een thema in de bouw dat zich inmiddels in deze fase bevindt (SDG-9). En dan past het ook voor toezichthouders om vragen te stellen als “Hoe borgen we dat dit in ieder project dat we uitvoeren wordt gehandhaafd?”.

En is het dan voltooid na fase 4? Nee. Het is een doorlopend proces naar hogere niveaus van duurzaamheid. Dus zodra deze thema’s voldoende geïnstitutionaliseerd zijn, staan er al weer vele andere thema’s op de deur te bonzen om van fase 0 naar fase 1 te gaan. In de bouw gaat het dan bijvoorbeeld om illegale arbeid (SDG-8). Voor toezichthouders passen daarbij vragen als “Hoe lang kunnen we het ons nog veroorloven om dit thema te negeren?” en “Wat zijn de potentiële volgende beleidsthema’s die voor een crisis kunnen zorgen?”.

Bestuurders en toezichthouders

Dit maakt het werk van bestuurders en toezichthouders niet eenvoudiger, maar wel des te belangrijker. Was het maar zo simpel dat een reguleringsreflex altijd het beste antwoord is na een crisis. In plaats daarvan zijn sensitiviteit voor de fase van markttransformatie en het durven voeren van een gesprek over de juiste vragen cruciale competenties. Het maakt het werk als bestuurder en toezichthouder niet makkelijker, maar wel leuker!


De SDG-nummers verwijzen naar de principes van de 17 Sustainable Development Goals.

 



Bron: nieuwsbrief Nyenrode Corporate Governance Instituut, maart 2019.

Deze column is ook gepubliceerd in Goed Bestuur & Toezicht 1, 2019.


Artikelen en columns gepubliceerd op de website en in de nieuwsbrief van het NCGI weerspiegelen niet per definitie een algemene visie van het NCGI, maar worden door auteurs op persoonlijke titel geschreven. Reageren kan via ncgi@nyenrode.nl.