Aandeelhouders en toezichthouders moeten waken voor spreadsheetmanagement ​

‘Corona dwingt bedrijven tot versnelde afwaarderingen’, zo kopte het FD onlangs een artikel waarin werd ingegaan op een ‘dreigende golf afwaarderingen’ van goodwill waarvoor bedrijven binnenkort komen te staan. Boekhoudexperts verwachten aanzienlijke klappen in diverse sectoren: de luchtvaart, bij reisorganisaties, bij olie- en gasconcerns (en aanpalende dienstverlening), bij banken en vastgoedverhuur.

Een onderwerp waarover ondernemingsbestuurders zich bij het opstellen van de cijfers over 2019 nog niet hoefden te bekommeren. Het virus begon immers pas in 2020, na balansdatum, echt te woekeren. Maar deze zomer – bij de presentatie van de halfjaarcijfers – lijken afwaarderingen (impairments) van goodwill noodzakelijk. Het is een logisch gevolg van een daling van omzet, winst en verminderde kasstromen waarmee ondernemingen hebben te kampen.

Goodwill

Goodwill is de premie die wordt betaald bij de overname van ondernemingen. De basis voor die premie ligt in toekomstverwachtingen voor winstgevendheid, kasstromen en synergie-effecten. Verwachtingen die niet zelden te optimistisch worden ingeschat, met als gevolg dat er een (te) hoog bedrag aan goodwill op de balans als bezitting wordt opgenomen. Het is vaak pijnlijk voor het ego van bestuurders om geactiveerde goodwill enige tijd na een overname te moeten afwaarderen. Daarmee komt immers tot uitdrukking dat hun verwachtingen niet zijn uitgekomen en de beoogde doelen niet zijn gerealiseerd.

Banken zijn – door schade en schande wijs geworden – vaak voorzichtig bij de beoordeling van goodwill. Regelmatig gaat er een streep door deze post bij het doornemen van ondernemingsbalansen. Het betreft geen harde, tastbare balanspost. Veeleer gaat het om een post die is gebaseerd op wishful thinking. Of zoals emeritus hoogleraar Henk Langendijk het placht te zeggen: de waardering van toekomstig geluk.
‘De economische effecten van het virus zullen in verschillende bedrijfssectoren nog lang voortwoekeren’
Indien er sprake is van een zogeheten triggering event, dienen ondernemingen een impairment test uit te voeren. Een test die veel ruimte laat voor subjectiviteit. Om de vraag te kunnen beantwoorden of een afwaardering nodig is, maken bestuurders allerhande keuzes. Bijvoorbeeld waar het gaat om de samenstellende delen van de kapitaalkostenvoet (in jargon de wacc, de weighted average cost of capital), de samenstelling van de groep vergelijkbare ondernemingen (peer group) en een inschatting van in de toekomst te realiseren kasstromen.

Abnormale omstandigheden

Dat er nu in coronatijd sprake is van abnormale omstandigheden en daardoor voor diverse ondernemingen een triggering event, is evident. Je hoeft immers geen helderziende te zijn, om te bevroeden dat ook de economische effecten van het virus in (onder meer) de eerdergenoemde sectoren langdurig zullen voortwoekeren. Dit maakt mij nieuwsgierig naar het gedrag van bestuurders in de aanloop naar en bij de komende presentatie van halfjaarcijfers. Hoe zullen zij in deze onrustige tijd omgaan met de impairment test? Gaan zij in hun spreadsheets net zolang aan de knopjes draaien - van bijvoorbeeld de wacc, verwachte kasstromen en peer group - totdat de uitkomst van de impairmentberekening hen bevalt en het (net) niet tot afwaarderingen leidt? Of doen zij juist niet aan spreadsheetmanagement, maar aan big bath accounting, namelijk door zelf juist een streep te zetten door de balanspost goodwill?

De wijze waarop ondernemingsbesturen, audit commissies én accountants deze zomer met goodwill (impairments) omgaan, is voor aandeelhouders en toezichthouders van groot belang. Zij moeten immers – meer dan ooit - kunnen vertrouwen op de halfjaarcijfers en de wijze waarop deze door accountants zijn getoetst. De Europese toezichthouder Esma (European Securities and Markets Authority), wees betrokkenen daar in maart reeds op. Ditmaal is de betekenis van de halfjaarcijfers veel meer dan een tussentijdse update. Esma spreekt dan ook de verwachting uit dat de toelichting bij de halfjaarcijfers ditmaal zeer uitgebreid is. Bovendien verwijst Esma specifiek naar het belang van deugdelijk scenario’s gebaseerd op ‘reasonable, supportable and realistic estimates and assumptions’, om te optimistische en te pessimistische scenario’s te voorkomen.
Overigens werkt de International Accounting Standards Board aan herziening van de regelgeving inzake goodwill. Een discussiepaper over dit onderwerp ligt tot eind 2020 voor consultatie voor.

De komende periode kan belangrijke inzichten geven over nut en noodzaak van eventuele aanpassingen in wet- en regelgeving. Maar ook over de rechtheid van de rug van accountants, juist bij ondernemingen waar het spreadsheetmanagement tot kunst verheven is.
Bron: nieuwsbrief Nyenrode Corporate Governance Instituut, juni 2020.

Deze column is ook gepubliceerd in Het Financieele Dagblad, d.d. 14 juni 2020.

Artikelen en columns gepubliceerd op de website en in de nieuwsbrief van het NCGI weerspiegelen niet per definitie een algemene visie van het NCGI, maar worden door auteurs op persoonlijke titel geschreven. Reageren kan via ncgi@nyenrode.nl.