Bestuurders en accountants bewegen pas met hete adem van Fiod in de nek

Fiod sluit net rond banken die witwaspraktijken gedogen’ kopte deze krant onlangs, naar aanleiding van een interview met Fiod-directeur Hans van der Vlist. Hij is de eindverantwoordelijke voor het onderzoek dat leidde tot de recordschikking van €775 mln die ING trof met het Openbaar Ministerie (OM) voor falende witwascontrole bij de bank.

Ik las het interview met genoegen. Enige tijd daarvoor had ik namelijk een alarmerende brief van De Nederlandsche Bank (DNB) gelezen, gericht aan minister Wopke Hoekstra van Financiën. Daarin constateerde de toezichthouder ‘dat verschillende financiële instellingen hun verantwoordelijkheid nog onvoldoende adequaat oppakken’. Daarnaast stelde DNB dat meerdere banken onvoldoende klantonderzoek doen en dat hun transactiemonitoring gebrekkig is.

Met andere woorden: de recente ING-casus is niet uniek in Nederland. Het is daarom noodzakelijk dat het net van DNB, Fiod en het OM zich sluit. Een bank die daar — blijkens haar eigen jaarverslag — mogelijk de gevolgen van gaat ondervinden is de Amsterdam Trade Bank, die al enige tijd onder het vergrootglas ligt van deze instanties.

Witwassen

Ook internationaal wordt steeds harder opgetreden tegen onoplettende en al te tolerante banken. in Scandinavië liggen Danske Bank en Nordea bijvoorbeeld stevig onder vuur. Bij Danske werden enkele duizenden rekeninghouders door de bank gefaciliteerd om honderden miljarden euro’s en dollars wit te wassen. Dat geld was onder meer afkomstig uit risicolanden als Rusland en Oekraïne. Bij de Deense bank vrezen ze momenteel voor een boete die in de miljarden euro’s loopt.

Dat heeft er ook mee te maken dat het publieke en politieke sentiment in witwaszaken steeds meer verschuift in de richting van hoge boetes. Dat geldt zeker voor zaken waarin systeembanken hebben verzaakt hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen, door commercie te stellen boven het voldoen aan wet- en regelgeving. Dat veranderde sentiment blijkt bijvoorbeeld uit een onlangs verschenen rapport van de commissie van het Europees Parlement die zich richt op de aanpak van financieel-economische criminaliteit.

In dat rapport — dat is opgesteld naar aanleiding van onder meer de berichtgeving over LuxLeaks, de Panama- en Paradise Papers, en de kwestie over dividendstrippen (‘CumEx’) — worden ING en Danske Bank als schrikbarende voorbeelden genoemd als het gaat om witwassen. Deze voorbeelden zijn voor de europarlementariërs aanleiding op te roepen tot een harde aanpak van financiële instellingen, adviseurs en intermediairs die bewust, systematisch en herhaaldelijk witwassen mogelijk maken. De rapportschrijvers pleiten voor effectieve en afschrikwekkende boetes, eventueel aangevuld met beperkingen voor de deelname aan het economisch verkeer.

Het is oorlogstaal die bijvoorbeeld EY — (voormalig) accountant van ING, Danske Bank en de Amsterdam Trade Bank — niet zal bevallen. EY wordt door het Nederlandse OM vervolgd voor het verzaken van haar meldingsplicht wat betreft witwassen. In Denemarken ligt de accountantsorganisatie eveneens onder vuur.

Schikkingen

Hoewel het OM inmiddels flinke bedragen binnenhaalt met het treffen van schikkingen, is er ook kritiek ontstaan op deze handelswijze. Het idee is dat bedrijven zich er met schikkingen (te) makkelijk vanaf kunnen maken door hun vervolging af te kopen. Het OM stelt echter dat bij schikkingen aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld die door de rechter niet kunnen worden opgelegd, zoals de verplichting om de compliance-organisatie te versterken of het personeel beter op te leiden.

Dat dit soort afspraken niet vrijblijvend zijn, blijkt uit een recente Amerikaanse zaak. In 2015 kreeg Capitol One — toevalligerwijs de bank die in 2011 de Amerikaanse activiteiten van ING heeft overgenomen — de verplichtingen opgelegd om haar compliance-organisatie te verstevigen en om beter melding te maken van mogelijke witwastransacties. Toen drie jaar later bleek dat Capitol One die verplichtingen onvoldoende was nagekomen, kreeg de bank alsnog een civielrechtelijke boete van $100 mln opgelegd.

Oorlogstaal is kennelijk nodig om compliance op zijn minst naast commercie op de bankagenda te krijgen. Want de financiële balansen van banken mogen tegenwoordig dan steviger zijn dan voor de val van Lehman Brothers, hun morele balansen zijn nog altijd niet hersteld. Boetes en schikkingen dienen daarom afschrikwekkend te zijn. Bestuurders en accountants moeten blijkbaar de hete adem van Van der Vlist en diens kornuiten in hun nek voelen. Helaas, helaas, helaas.

Bron: nieuwsbrief Nyenrode Corporate Governance Instituut, november 2018.

Deze column is ook gepubliceerd in Het Financieele Dagblad, ‘Bestuurders en accountants bewegen pas met hete adem van Fiod in de nek', d.d. 18 november 2018.


Artikelen en columns gepubliceerd op de website en in de nieuwsbrief van het NCGI weerspiegelen niet per definitie een algemene visie van het NCGI, maar worden door auteurs op persoonlijke titel geschreven. Reageren kan via ncgi@nyenrode.nl.