Houd bij publicatie voorlopige jaarcijfers alle ‘haantjes de voorste’ scherp in de gaten

Het cijferseizoen is voor de meeste beursgenoteerde ondernemingen inmiddels afgelopen. Althans de publicatie van hun voorlopige cijfers, die veelal niet zijn voorzien van een controleverklaring van de accountant. Voor sommige ondernemingen is het een streven ‘haantje de voorste’ te zijn en die voorlopige, nog ongecontroleerde cijfers zo snel mogelijk in het nieuwe jaar te publiceren.

Snelle publicatie kan een goed teken zijn: de betreffende onderneming is (lijkt) dan ‘in control’. Soms zijn hardlopers echter doodlopers. In dit geval niet letterlijk, maar figuurlijk. Accountantscontrole bestaat immers niet voor niets. Anders gezegd: de maatschappelijk toegevoegde waarde daarvan kan mede blijken uit het feit dat de door een accountant gecontroleerde cijfers fors afwijken van de door een onderneming gepubliceerde voorlopige cijfers.

Interessante studie

In dit verband verscheen een interessante wetenschappelijke studie gericht op Amerikaanse ondernemingen en accountants, die ook in de Nederlandse context leerzaam is. Het betreft een studie getiteld ‘An investigation of auditor’s judgments when companies release earnings before audit completion’ van Lori Shefchik Bhaskar, Patrick E. Hopkins en Joseph H Schroeder, dat binnenkort in het ‘Journal of Accounting Research’ verschijnt.

De onderzoekers laten zien dat tot 2004 ongeveer 75% van de jaarcijfers werd gepubliceerd op of kort na de datum van afgifte van de accountantsverklaring. Momenteel publiceert 70% van de ondernemingen hun cijfers juist vóór de afgifte van die verklaring (gemiddeld zo’n 16 dagen), hetgeen door de wetenschappers als een dramatische verschuiving wordt gekarakteriseerd.

Dit, gevoegd bij het gegeven dat afwijkingen in negatieve zin van de gecontroleerde cijfers ten opzichte van de voorlopige cijfers veelal een koersdaling van het aandeel van de betreffende onderneming veroorzaken, kan tot een situatie leiden waarin de accountant door de ondernemingsleiding onder druk wordt gezet om niet (teveel) af te wijken van de reeds gepubliceerde cijfers. Een situatie waarin de accountant zijn ‘rechte rug’ kan én moet tonen. Echter, eerder wetenschappelijk onderzoek geeft aan dat accountants dat in de praktijk lang niet altijd doen en juist doelredeneringen toepassen om op dezelfde lijn te komen als de ondernemingsleiding.

Het onderzoek van Bhaskar, Hopkins en Schroeder is gebaseerd op een experiment met 114 zeer ervaren accountants. Op een experiment als onderzoeksmethodiek valt best iets af te dingen, maar de onderzoekers wonnen er een wetenschappelijke prijs mee. Zij ondersteunen hun bevindingen bovendien met wetenschappelijke literatuur en analyseerden praktijkvoorbeelden. Eerder onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat de accountant sneller genegen is om met de wensen van de cliënt mee te bewegen, indien deze een risico ziet de cliënt te verliezen of wanneer diens verbondenheid met de cliënt groot is.

Een voorbeeld betreft de Amerikaanse vrachtwagenproducent Navistar, waarbij accountant Deloitte de tijdens de controle gehanteerde materialiteitsgrens (correctiegrens) simpelweg met 50% verhoogde, om te voorkomen dat een stevige correctie moest worden gemaakt bij de reeds door Navistar gepubliceerde (ongecontroleerde) cijfers. Een typisch gevalletje van het verzetten van de doelpalen tijdens de wedstrijd, waarbij de accountant dan ook terecht door de Amerikaanse toezichthouder op de vingers werd getikt.

Vooringenomenheid

Uit het onderzoek blijkt voorts dat ná de publicatie van de voorlopige cijfers nog 18% van het totaal aantal controle-uren door de accountant dient te worden gemaakt om de controle af te ronden. Voorts blijkt dat accountants een vooringenomenheid (bias) tonen, in die zin dat zij zich bij het evalueren van controle-informatie meer richten op bewijs dat in de richting van de reeds gepubliceerde cijfers wijst. Deze bias manifesteert zich vooral in situaties van agressieve verslaggevingsmethoden en bij schattingsposten. Niet verrassend is de onderzoeksbevinding dat een stevige auditcommissie een belangrijke steun voor de accountant is bij het verminderen van de druk en de invloed die de ondernemingsleiding op de accountant uitoefent.

Lessen

Het Amerikaanse onderzoek bevat niet alleen lessen voor accountants en leden van auditcommissies, maar ook voor toezichthouders en beleggers. Toezichthouders kunnen er aandachtspunten voor hun toetsingen uithalen. Beleggers dienen alert te zijn op de cijfers van ondernemingen die ‘haantje de voorste’ spelen. Zijn die daadwerkelijk ‘in control’ of is er juist sprake van een ‘red flag’?
Bron: nieuwsbrief Nyenrode Corporate Governance Instituut, maart 2019.

Deze column is ook gepubliceerd in Het Financieele Dagblad, ‘Houd bij publicatie voorlopige jaarcijfers alle ‘haantjes de voorste’ scherp in de gaten', d.d. 25 maart 2019.


Artikelen en columns gepubliceerd op de website en in de nieuwsbrief van het NCGI weerspiegelen niet per definitie een algemene visie van het NCGI, maar worden door auteurs op persoonlijke titel geschreven. Reageren kan via ncgi@nyenrode.nl.