Samen naar een integratief wereldbeeld

De betekenis die we als mens geven aan elke gebeurtenis of wat zich in de wereld afspeelt, is vooral bepaald door het gezichtspunt dat we gebruiken om naar die gebeurtenis of de wereld te kijken. Dat deel van de wereld dat buiten ons eigen blikveld is, zullen we uiteraard niet waarnemen. Dit betekent dat we allemaal een deel van die werkelijke wereld om ons heen waarnemen en dat er dus altijd gesloten gordijnen om ons heen zijn. In theorie betekent het dat er dus een groter deel is van de werkelijkheid die we niet waarnemen. Zolang we daar niet bewust van zijn, hebben we er geen erg aan. Door COVID-19 lijkt het erop dat diverse gesloten gordijnen openen. Dit roept soms angst op, geeft soms hoop en het biedt kansen.

De angst voor COVID-19 is er vooral omdat we er nog te weinig over weten om er gecontroleerd mee om te gaan. We hebben vooral vele decennia geïnvesteerd in het controleren van onze handelingen zodanig dat we veel van wat op ons afkomt, kunnen voorspellen. Dit bepaalt ook ons beeld van de wereld als een voorspellend geheel van bepaalde input en dat leidt tot een bepaalde output. Als dat wegvalt dan is er geen basis om op voort te bouwen.

Alles in verbinding?

Met COVID-19 is er geen bepaalde input dat leidt tot een bepaalde output. Althans, niet in de mate zoals we dat zouden wensen. Naast de angst zien we dat mensen ervaren dat de wereld economisch, cultureel, sociaal, technologisch en zelfs psychologisch met elkaar is verbonden. Dit zou hoop kunnen geven in een tijd waar het zogenaamde gecontroleerde wereldbeeld niet meer als anker werkt. Er zijn wereldbeelden die van oudsher vertellen via geschriften dat alles met elkaar is verbonden: mens, natuur, alles wat leeft, alles wat er is. Echter er kan niets boven een directe menselijke ervaring: geen ‘horen zeggen’, geen geschrift, geen oude wijsheid.

Deze gewaarwording van ‘alles met elkaar in verbinding’, door COVID-19 kan een enorme boost geven voor een totaal nieuwe manieren van kijken naar de wereld en daarnaar handelen: dus een nieuw wereldbeeld. Een waar pas over 50 tot 100 jaar later uitgebreid over geschreven zal worden om erop te reflecteren en ervan te leren.

Beslissend keerpunt

Om nu al te reflecteren heb ik gezocht naar de herkomst van het woord crisis. In het Nederlands etymologisch woordenboek vond ik: ‘beslissend keerpunt; periode van ernstige stoornis’. Het is ontleend aan Latijn crisis: ‘beslissing, beslissende ommekeer’. Dit komt uit de vaktaal van de medici om aan te duiden dat er een hoogtepunt en beslissend stadium van een ziekte was. Dat COVID-19 een crisis is, hebben we al aangenomen. Hoe we er vervolgens op de lange termijn mee omgaan, is dan ook een verantwoordelijkheid die we met zijn allen op ons zouden kunnen nemen.

En als we de echte bedoeling van het woord volgen, dan zitten we nu in een fase die een beslissende ommekeer teweeg gaat brengen. Je zou dan hieruit kunnen afleiden dat er een periode is waarin er geen sprake is van continuïteit van bepaalde zaken. In organisaties kan dit enorme disbalans teweeg brengen. Een crisis is wellicht zo fundamenteel dat er bouwstenen uit voortkomen voor nieuwe aanpakken, een nieuwe manier van met elkaar leven en op den duur van een nieuw wereldbeeld.

Wereldbeeld

Daar zouden we jaren aan moeten bouwen. Het is ook niet zoiets als ‘one shoe fits all’. Er zijn daarbinnen diverse manifestaties mogelijk, afhankelijk van de culturele context waarin men leeft. Een wereldbeeld wordt bepaald door cultuur, aannames, onze waarnemingen, de taal die we ontwikkelen en gedachten waarmee we experimenteren. We leren ervan door vallen en opstaan.[1] Er blijken twee soorten dominante bewegingen te zijn. Een die ervan uitgaat dat dingen het beste centraal kunnen worden geregeld en dat grootschaligheid, standaardisatie een relevant streven is. De taal is veelal gelinkt aan een mechanistisch wereldbeeld. Voorbeelden van bijbehorende taal: survival of the fittest, overwinning strategie en concurrentievoordeel, termen die in een business wereld de norm voor succes van de leider of ondernemer bepalen. Er is een andere beweging die we aanduiden met decentralisatie en kleinschaligheid. De bijbehorende taal is bijvoorbeeld: ‘we komen er samen wel uit’, ‘een ieder heeft wel een dosis gezond boerenverstand’, ‘geef de ander de ruimte want die wil ook wat’ en ‘je kunt veel meer dan je denkt’. Misschien hebben we voor het nieuwe wereldbeeld een beetje van allebei nodig.

Gelukkig zijn met minder?

Mede vanuit de stewardship gedachte wordt ‘meer doen met minder middelen’, een economische vuistregel. Dit brengt een bepaald bewustzijn teweeg. Namelijk dat middelen niet oneindig beschikbaar zijn en dat we er daarom zuinig op moeten zijn. Maar zouden we ook niet moeten stilstaan bij het ‘doen’? Waarom doen we de dingen die we doen? Moeten we zaken meer op een natuurlijke wijze laten ontstaan? Zou dat meer creativiteit losmaken? Ik praat hier over de houding: we accepteren de dingen zoals zij zich aandienen. Zou dit minder stress teweeg brengen? We zetten dan immers de verwachtingen uit ons denken. Maar hoe zouden we aansturen? Welke KPI’s zouden we dan gebruiken? We zetten de controlemodus uit. Zonder verwachtingen genieten we dan van alles wat onverwacht gebeurt. “Het geluk zit  in de kleine dingen die we doen”, zeggen we dan.

Land van herkomst

De gedachte, ‘we zijn allemaal verbonden’, dringt steeds meer tot mensen door. Dit roept ook bepaalde reacties op. Een daarvan: wij moeten niet meer van het buitenland afhankelijk zijn. Waarschijnlijk is het gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Dat de wereld in verbinding is, kunnen we ook afleiden uit de vraag met betrekking tot producten die we in ons dagelijks leven gebruiken: uit welk land is het product afkomstig? Voorafgaand aan de globalisatie was het simpel. Toen bestond de term ‘country of origin’. Maar nu zijn er zoveel nieuwe termen bijgekomen[2], want er komen zoveel handen en middelen aan te pas voordat een product klaar is voor gebruik.

Afhankelijk van elkaar

Naast het land van herkomst, komen in de prijsbepaling van het product allerlei  onderdelen aan de orde: ontwerp, productie, constructie, eigenaarschap, verkoop, et cetera. Wat betekent dit allemaal voor het netto binnenlands product van een land en hoe draagt dit bij aan de duurzaamheid van het product?

De gedachte om de afhankelijkheid van het buitenland stop te zetten is daarom niet zo eenvoudig.  De beste situatie voor elk land is zelf eigenaar zijn, zelf produceren, eigen merken ontwikkelen. Maar hoe vaak komt dit nog voor in een wereld die zo met elkaar is verbonden?

Nyenrodes ondernemerschap

Wat is de rol van een universiteit als Nyenrode? Begonnen als een Nederlands opleidingsinstituut voor het buitenland (NOIB) in 1946 vestigde het instituut zich in hetzelfde jaar op kasteel Nijenrode uit de dertiende eeuw.[3] Vanaf 1972 stelde het de deuren ook open voor vrouwen. Een instituut dat toen ondernemerschap toonde en verantwoordelijkheid nam om Nederland op te bouwen na de tweede wereldoorlog. Is er nu na deze crisis ook een dergelijke rol weggelegd? En hoe zien we deze rol bij het opbouwen van een nieuw wereldbeeld? Een waarbij men niet alleen beseft dat men in verbinding is. maar waarbij men dit ook respecteert en toejuicht. Ondernemerschap is nog steeds een belangrijk fundament voor het bestaan van Nyenrode. Zonder ondernemerschap is er geen Nyenrode.

Natuurlijk geheel

Maar hoe moet dat ondernemerschap er uit gaan zien na COVID-19? Kan dat een integratief karakter hebben?[4] Hierbij is de aanname ergens in het achterhoofd dat alles in verbinding staat niet voldoende. Wat bedoel ik met integratief? Het gaat dan om een proactieve inzet om die verbinding te zien en te laten ontstaan, ook als die niet meteen zichtbaar is. Verder is daarbij de aanname dat die verbinding coherent is, niet tegen de wil en zin is, maar die een natuurlijk geheel vormt tussen medewerkers, ondernemers en samenwerkende partijen uit diverse bedrijfstakken. Een waarbij zoveel mogelijk gezichtspunten in termen van manieren van kijken, interpreteren, belangen en doelen, worden beschouwd om een zo groot mogelijk deel van de werkelijkheid te zien. Een waarbij het woord ‘samen’ weer centraal staat zoals dat ook bij de oprichting van Nyenrode destijds het geval was: samen met en voor het bedrijfsleven.

Sharda Nandram is associate professor ondernemerschap en spiritualiteit aan Nyenrode Business Universiteit en hoogleraar hindoe-spiritualiteit en samenleving aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dit artikel is onderdeel van het L.E.S. in crisis kennisplatform. Een platform waar we kennis en kunde delen om leiders en professionals van organisaties te helpen in tijden van crisis.

[1] Bindlish, P. K., & Nandram, S. S. (2019). Manifestation of worldview in a metaphor. International journal of business and globalisation, 23(3), 464-474.

[2]  Agarwal, K., Nandram S.S. (2020). Domestic Products in Swadeshi-Global Entrepreneurship for Sustainable Socioeconomic Growth. World Review of Entrepreneurship, Management and Sustainable Development. (Accepted).

[3] Dit boek is gepubliceerd ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van Nyenrode. Nandram, S. S., & Samsom, K. J. (2006). The spirit of entrepreneurship: exploring the essence of entrepreneurship through personal stories. Springer Science & Business Media.

[4] Nandram S.S., Bindlish, P.K., Keizer, W.A.J. (2017). Understanding Integrative Intelligence. International edition paperback, Praan Uitgeverij, Netherlands.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Nyenrode deelt kennis om leiders en professionals te helpen tijdens Corona. Abonneer je op L.E.S. in crisis.