Totale incompetentie troef bij SNS Reaal, toezichthouder en accountant

30 oktober 2017
Opinie

Pieter Couwenbergh trok in zijn column in Het Financieele Dagblad 'De les van SNS', d.d. 5 oktober 2017, de volgende conclusie over de zaak-SNS Reaal: ‘wel een lijk, geen schurken’. Hij deed dat naar aanleiding van een brief van minister Dijsselbloem aan de Tweede Kamer, waarin deze ingaat op een onderzoeksrapport van accountant PwC. Het is een onthutsende brief. Over totale incompetentie. Van bestuurders, toezichthouders en de accountant.

In het kort draait de casus om een ‘lijk in de kast’ van € 700 mln dat verstopt zat in de boeken van SNS Reaal: het eigen vermogen was te hoog voorgesteld omdat geen rekening was gehouden met de verpanding van een tegoed tussen SNS-bedrijfsonderdelen. Nu er sprake was van intercompanytransacties (‘saldocompensatiestelsel’) — die veelal worden gezien als ‘vestzak, broekzak’-transacties die tegen elkaar weggestreept kunnen worden — waren deze ruim 20 jaar onder de radar gebleven. Toen dat naar buiten kwam, bij de verkoop door de Staat van de verzekeringsdochter, waren de rapen gaar. De minister wilde weten of hier sprake was van ‘kwade opzet’ of ‘gewoon een fout’. Welnu, PwC heeft kwade opzet niet aangetoond. Maar het gaat om meer dan ‘gewoon een fout’.

Ten eerste is het onwaarschijnlijk dat de top van SNS niet wist van de intercompanystructuur van kapitaalverstrekkingen, leningen en verpanding. De daarmee gemoeide bedragen waren te groot. Bewijstechnisch ligt hier een probleem: PwC kon de documenten ten aanzien van de verpanding niet meer achterhalen.

Ten tweede heeft PwC vastgesteld dat het bestaan van het saldocompensatiestelsel ‘breed bekend’ was binnen SNS. Sterker nog: er werd in de bedrijfsvoering door de treasury-afdeling rekening mee gehouden. Een ondernemingsbestuur dat stelt daarmee niet bekend te zijn (het ging om transactiestromen van € 700 mln en € 800 mln) is niet ‘in control’.

Ten derde hebben de medewerkers van SNS aangegeven dat zij op enig moment wel wisten van de verpanding, maar het verband met het effect daarvan op de solvabiliteitsratio’s niet hebben gelegd. Indien zij dat menen, behoren zij zich nimmer meer bezig te houden met het berekenen van solvabiliteitsratio’s. Het leggen van het verband is geen rocket science maar evident.

Binnen SNS was op zijn minst genomen sprake van incompetentie. De veiligheidsschillen daarvoor — toezichthouder DNB en accountant KPMG — dienen mede om dat te signaleren. Los van de vraag of DNB het feit dat binnen SNS ‘werd geleefd zonder verpanding’ eerder had moeten constateren, stelt PwC dat DNB er in 2011/2012 van op ‘de hoogte was althans behoorde te zijn’. Dat de toezichthouder toen niet ingreep geeft te denken. Kennelijk was DNB evenmin in control. Of is de toezichthouder ook incompetent? Door geen ‘kritische vragen te stellen’ over het saldocompensatiestelsel, hoewel groepsrelaties een speerpunt vormden voor DNB. Of door niet te kijken naar de financiële positie van individuele vergunninghouders binnen het SNS-concern. Of door geen toereikende controle uit te voeren op door SNS-groepsonderdelen ingediende stukken.

De opmerkingen over het stellen van kritische vragen en ontoereikende controle gelden ook voor accountant KPMG. Ook die zag het belang van de controle van intracompanytransacties niet in. Omdat de accountant uitging van de going concern-veronderstelling. Maar hoe zeker was het voortbestaan van SNS, een instelling die flinke staatssteun nodig had? KPMG legt in het wederhoor de schuld bij SNS: dat had de verpandingsakte aan hem behoren te geven. Dat had inderdaad zo horen te zijn, maar het argument gaat totaal voorbij aan de eigen verantwoordelijkheid van de accountant. Die wist dat een financiële instelling bestaande uit individuele vergunninghouders werd gecontroleerd, die bijvoorbeeld individueel verantwoordingsstaten bij de toezichthouders dienden in te leveren. Binnen die context zijn financiële transacties binnen de groep wel degelijk relevant en is het te simpel om deze eenvoudigweg te negeren door het als ‘vestzak, broekzak’ te zien. Bovendien heeft KPMG in 2012 onderzoek gedaan naar het opsplitsen van het SNS-concern. Juist dan dient de individuele financiële positie per concernonderdeel goed in beeld te worden gebracht.

Kortom: een schrijnende casus die voortduurde na de crisis in 2008. Een crisis die tot mooie beloftes van toezichthouders en accountants leidde. Een casus met een lijk én schuldigen. Een casus waarvan de minister zegt: ‘Dat is kwalijk’. Wat mij betreft is dat te mild en is het laatste woord er nog niet over gezegd.

Deze column is eerder gepubliceerd in Het Financieele Dagblad, ‘Totale incompetentie troef bij SNS Reaal, toezichthouder en accountant’, d.d. 11 oktober 2017.

Bron: nieuwsbrief Nyenrode Corporate Governance Instituut, oktober 2017.

Artikelen en columns gepubliceerd op de website en in de nieuwsbrief van het NCGI weerspiegelen niet per definitie een algemene visie van het NCGI, maar worden door auteurs op persoonlijke titel geschreven. Wenst u te reageren dan kan dat naar ncgi@nyenrode.nl.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Nyenrode deelt kennis met nieuwsgierige professionals. Abonneer je op News@Nyenrode voor al het Nyenrodenieuws of de L.E.S. Nieuwsbrief voor nieuws over onze kernwaarden Leadership Entrepreneurship Stewardship.