Het zeecontainertijdperk is nog niet voorbij

Internationale productieketens blijken kwetsbaar in de coronacrisis. Gaan bedrijven dichter bij huis produceren? Dat zit er niet in, zegt hoogleraar Jack van der Veen.

Als gevolg van globalisering zijn veel landen van elkaar afhankelijk geworden. De ketting tussen grondstof en consument is vaak lang en ingewikkeld. Door de coronacrisis zijn fabrieken stilgevallen, luchthavens zijn dicht zijn, grenscontroles zijn aangescherpt, en dat is een ‘stress-test’ voor de internationale productieketens. 

Die term stress-test komt van hoogleraar Jack van der Veen van de Nyenrode Business Universiteit, waar  hij de leerstoel supply chain management bezet, waaraan ondernemersorganisatie Evofenedex meebetaalt. Van der Veen hekelt het gebrek aan transparantie in de toeleverketens. “Dat is misschien wel de grootste kwetsbaarheid: dat bedrijven onvoldoende zicht hebben op de volledige keten waarvan ze onderdeel zijn. Een bedrijf wil onafhankelijk zijn, maar dat is in ketens zelden de realiteit.”

Ook werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland willen dat Nederland de productieketens goed in kaart brengt, schrijven beide organisaties in de ‘Internationale actieagenda Covid-19’, “zodat we beter zicht krijgen op de kwetsbaarheden van onze vitale industrieën.” Nederland is immers een open economie en verdient 34 procent van het inkomen met internationale handel. Daarom is het voor Nederland van groot belang dat de productieketens intact blijven.

Van der Veen: “Maar als jij je relatie met de toeleveranciers en klanten goed weten te managen, dan nog kun je hard geraakt worden, omdat de toeleveranciers van de toeleveranciers en de klanten van de klanten niet kunnen functioneren. Vaak is de keten zo vertakt en zo ondoorzichtig dat je niet eens weet welke risico’s je loopt. En dan kun je die ook niet organiseren.” 

Een typisch voorbeeld is de auto-industrie, zegt Van der Veen. “Als de leverantie van een van de vele andere onderdelen die nodig is voor de assemblage van de auto spaak loopt, dan is ook jouw product niet meer nodig. Zo kun je in de problemen komen zonder dat je dat zelf doorhad.” 

Liever geen voorraad

Digitalisering en samenwerking in de keten zijn mogelijke oplossingen. Maar zou het ook niet beter zijn als bedrijven grotere voorraden aanhouden? “Die reflex is er nu zeker, door de onzekerheid over leveranties. Als fenomeen is dat vergelijkbaar met het hamstergedrag van consumenten”, zegt Van der Veen. “Maar voor de iets langere termijn is meer voorraad niet de oplossing.”

In zijn vakgebied zijn drie begrippen van belang: voorraad, capaciteit en informatie. Voorraad is de slechtste van die drie, zegt Van der Veen. Hij legt uit: “Je hebt geen grote voorraad nodig als je over voldoende productiecapaciteit beschikt. Een kleine voorraad mondkapjes zou bijvoorbeeld niet zo’n probleem zijn, als we die zelf makkelijk kunnen maken. Wat informatie betreft: als je precies weet welke producten zich waar bevinden en wanneer ze bij je zijn, hoef je ook minder voorraad aan te houden.”

Het is goedkoper én duurzamer als precies genoeg goederen precies op tijd in het distributiecentrum, de fabriek of de winkel aankomen. “Een supermarkt kan heel goed toe met een relatief kleine voorraad wc-papier, zolang ze elke dag beleverd worden en de vraag voorspelbaar is.”

Wat voor wc-papier geldt, geldt ook voor goederentransport op de containerlijn China-Rotterdam. Maar een crisis zoals die nu plaatsvindt, wereldwijd, toont ook de kwetsbaarheid van productie ver weg. De Chinese industrie heeft vanaf eind januari enkele weken vrijwel stil gelegen. Vervolgens viel de vraag in Europa weg, met weer grote gevolgen voor Aziatische werknemers. 

Handelsoorlog

Al voordat corona het wereldtoneel betrad, was er een trend om dichterbij huis te gaan produceren. Dat kwam door de handelsoorlog tussen de VS en China, die bedrijven met onzekerheid en extra kosten (invoerheffingen) opzadelde. En voorbij is die nog niet. De coronacrisis heeft de Amerikaanse afhankelijkheid van de Chinese productie nog eens onderstreept. Het beleid om minder in China te laten produceren, gaat daarom in een hogere versnelling, zei onderminister van economische groei Keith Krach maandag nog.

Van der Veen: “Globalisatie van ketens heeft enorme voordelen gehad. Als elke organisatie en elk land zich specialiseert in waar ze het beste in zijn en als we internationale vrijhandel promoten, dan is dat volgens de economische wetten goed voor iedereen. Maar dat betekent niet dat er geen schaduwzijden van globalisatie zijn. Zoals het gebrek aan sociale en ecologische duurzaamheid.”

Een ander nadeel: complexe internationale ketens zijn wel goedkoop, maar ook langzaam en weinig flexibel. “Organisaties die snel willen inspringen op steeds veranderende omstandigheden kiezen er daarom voor om dicht bij de afzetmarkt te produceren. In de kleding is Zara daarvan een voorbeeld: met hun zogenoemde fast-fashion-concept met productiefaciliteiten in Europa, kunnen ze in principe elke twee weken een nieuwe collectie kleding in de winkel hebben liggen.”

Als de internationale handel niet meer soepel loopt, door handelsoorlogen, brexit en corona, zal dit leiden tot een bepaalde mate van de-globalisering, zegt Van der Veen. “Maar dat productie grootschalig terugkeert naar het Westen, lijkt me vooralsnog niet aan de orde. China beschikt nu eenmaal over de meeste grondstoffen, over relatief goedkope arbeid en over een distributiesysteem dat superefficiënt is.”

Jack van der Veen is als hoogleraar verbonden aan Nyenrode Business Universiteit en houder van de evofenedex leerstoel Supply Chain Management.

Dit artikel is onderdeel van het L.E.S. in crisis kennisplatform. Een platform waar we kennis en kunde delen om leiders en professionals van organisaties te helpen in tijden van crisis.

Dit artikel is eerder, op 7 mei, verschenen in Trouw. Auteur: Hans Nauta.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Nyenrode deelt kennis om leiders en professionals te helpen tijdens Corona. Abonneer je op L.E.S. in crisis.