Meest ervaren accountants leveren niet de hoogste kwaliteit

Onderzoek Joost van Buuren: controlekwaliteit en de menselijke factor

De meest ervaren partners van accountantskantoren hebben een lagere kans om controleverschillen te ontdekken en laten die controleverschillen ook nog minder vaak verwerken in de jaarrekening. Specialisten ontdekken controleverschillen vaker maar doen er vervolgens minder mee. Dat zijn de opmerkelijke eerste bevindingen van Joost van Buuren, associate professor Auditing & Assurance aan de Nyenrode Business Universiteit, op basis van zijn onderzoek naar controlekwaliteit en de menselijke factor, dat gebaseerd is op informatie uit circa 700 controledossiers.Joost van Buuren

De impact van de controle
Tijdens de Accountantsdag op 26 november presenteerde Van Buuren drie onderzoeken naar controlekwaliteit. Hij definieert controlekwaliteit als ‘de impact van de controle op de jaarrekening’. De kwaliteit van een controle is volgens zijn definitie hoger naarmate de accountant meer controleverschillen ontdekt, die relatief groot van omvang of juist kritisch van aard zijn. Daarbij is ook van belang dat de accountant de gevonden controleverschillen laat verwerken in de jaarrekening. De drie onderwerpen van zijn onderzoek:
- Hoe verdient de accountant zijn geld?
- Wat doet hij met zijn kennis en ervaring?
- En is partnerbetrokkenheid goed of niet?

Hoe verdient de accountant zijn geld?
Er wordt sterk geconcurreerd op de prijs van een audit, de controleprijs is daardoor sterk gedaald in de afgelopen jaren. Wat is het effect van economische gebondenheid op de controlekwaliteit? Van Buuren concludeert dat de inzet van meer uren bij de audit leidt tot een hogere detectiekans van controleverschillen, dus een hogere controlekwaliteit. Een hogere economische gebondenheid (dus een hogere bedreiging van de onafhankelijkheid) kan deze hogere controlekwaliteit verlagen. Van Buuren: “Dat gebeurt met name bij Non Big Four kantoren waar sprake is van ‘undercharging’, dus het wel inzetten van veel uren maar die niet allemaal in rekening brengen. Dat doet een kantoor als het bang is de klant kwijt te raken of een markt wil betreden. De gevonden controleverschillen worden dan niet gecorrigeerd.” De conclusie dat een hele lage marge leidt tot een lagere controlekwaliteit sluit aan bij het rapport van de werkgroep Toekomst Accountantsberoep, waarin staat dat accountantskantoren minder op prijs en meer op kwaliteit zouden moeten concurreren.

Wat doet een accountant met zijn kennis en ervaring?
Van Buuren onderzocht ook de impact van cliëntduur, werkervaring en specialisatie op de controlekwaliteit. De cliëntduur blijkt geen positief of negatief effect te hebben op controlekwaliteit. Betekent dit dat het roteren van partners beter weer kan worden afgeschaft? “Het gaat ook om de perceptie van onafhankelijkheid door de maatschappij”, zegt van Buuren. Die perceptie heeft hij echter niet onderzocht.
Opmerkelijk resultaat van dit onderzoek is dat de meest ervaren partners een lagere kans hadden om controleverschillen te ontdekken en dat zij die controleverschillen ook nog minder vaak lieten verwerken in de jaarrekening. Specialisten, dat zijn accountants die meer dan 25% van hun uren werken in de betreffende branche, ontdekken controleverschillen vaker maar doen er minder mee. De voorlopige conclusie is dat er een optimum is in ervarenheid. Té ervaren accountants leveren een minder hoge controlekwaliteit. “Wellicht speelt zelfoverschatting hier een rol”, denkt Van Buuren.

Wat zijn de effecten van betrokkenheid van de partner?
Van Buurens derde onderzoek relativeert het belang van partnerbetrokkenheid, oftewel het aantal partners in relatie tot het aantal medewerkers. Hij onderzocht of een hoge partnerbetrokkenheid leidt tot een hogere vaktechnische kwaliteit en een lagere onafhankelijkheid. Hier heeft Van Buuren echter geen effecten gevonden. Deze uitkomst nuanceert het idee dat een lagere ‘leverage’, oftwel meer partneruren op een opdracht, automatisch een hogere controlekwaliteit zal opleveren. Bij gespecialiseerde hoog betrokken partners lijkt er wel een positief effect te zijn op de controlekwaliteit.

Data verzameld door studenten
De resultaten van deze onderzoeken zijn nog niet gepubliceerd in wetenschappelijke journals, maar wel al opgenomen in zogenaamde ‘working papers’ die Van Buuren presenteert tijdens congressen. De data worden al vijf jaar verzameld door studenten die binnen de Nyenrode Master of Science in Accountancy het Onderzoeksvak Auditing & Assurance volgen. Een groot aantal verschillende kantoren, grote en kleine, leveren deze data aan. Van Buuren: “Dat is bijzonder. Het kan doordat er strikte regels zijn afgesproken over geheimhouding.”

Onderzoeksinstituut Accountancy
De werkgroep Toekomst Accountantsberoep pleit in het rapport ‘In het publiek belang’ voor de opzet van een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoeksinstituut. “Dat draagt onder andere bij aan het verder verkrijgen van inzicht in zaken die wel of niet van invloed zijn op controlekwaliteit, of de oorzaak zijn van falen, en aan het vormgeven van het beroep van de toekomst,“ vindt de werkgroep. Het onderzoek van Van Buuren vormt hiervoor een mooie aanzet.